52% van de Nederlandse ouders stelt eigen ochtendroutine uit voor kinderen

• Brugman Keukens & Badkamers

De ochtendspits in een gezin kan soms een uitdaging zijn. Terwijl kinderen zich klaarmaken voor school, proberen ouders tegelijkertijd zelf op tijd klaar te zijn voor de dag. Dat blijkt niet altijd eenvoudig: 5 op de 10 Nederlandse ouders geven aan de ochtendroutine van hun kinderen voorrang te geven op die van henzelf. Voor 17% betekent dit zelfs dat zij weleens een douche overslaan, omdat een ander gezinslid op dat moment de badkamer gebruikt. Dit blijkt uit onderzoek van Brugman onder 1.074 Nederlandse ouders. Ondanks dat ouders hun eigen ochtendroutine soms moeten verschuiven of overslaan, maakt slechts 19% afspraken binnen het gezin over wie wanneer de badkamer in de ochtend mag gebruiken.

Ochtendroutine draait om kinderen, niet om de ouders

Bij 52% van de Nederlanders met thuiswonende kinderen gaat de ochtendroutine van de kinderen vóór die van henzelf. Vooral vrouwen passen hun ochtendroutine aan die van hun kinderen aan: 56% doet dit, tegenover 49% van de mannen. Voor 39% is de ochtendroutine zelfs aanleiding om eerder op te staan dan nodig is, zodat de badkamer voor de rest van het gezin gebruikt kan worden. 

Volgens gezinstherapeut Jacomijn Jacobs is het gebruikelijk dat ouders eerst zelf douchen of zich klaarmaken om daarna vooral jonge kinderen hierbij te helpen: “Naarmate kinderen ouder worden, verandert deze ochtendroutine. Vooral pubers worden zelfstandiger, maar zijn hierbij ook minder flexibel in het aanpassen van hun planning en behoeften.” 

Bijna 2 op de 10 ouders slaat douchen 's ochtends wel eens over

Dat de badkamer een knelpunt kan vormen tijdens de ochtendspits, blijkt ook uit andere resultaten. Iets meer dan 3 op de 10 ouders geeft aan dat er thuis weleens discussie ontstaat over wie wanneer de badkamer gebruikt. Ook moet een kwart van de ouders 's ochtends regelmatig wachten tot de badkamer vrij is. 

Voor 17% gaat het verdelen van de badkamer zelfs zover dat zij weleens een douche overslaan, omdat iemand anders uit het gezin de badkamer gebruikt. Vooral bij ouders onder de 30 jaar speelt dit een rol: 3 op de 10 geven aan weleens een douche over te slaan. De ochtendplanning vraagt daarmee niet alleen om tijd, maar soms ook om concessies.

Jacobs stelt dat het aan de gezinsleden zelf is om hun dagelijkse routine op de juiste manier in te richten. “De manier waarop je met elkaar leeft, rekening houdt met elkaar en de ruimte verdeelt, ontstaat in de interactie tussen gezinsleden. Als ouders daar structureel op inleveren, stapelt dat zich op.” 

Duidelijke afspraken kunnen de meeste discussies voorkomen

Toch maken de meeste gezinnen geen vaste afspraken over wie wanneer de badkamer gebruikt. Slechts 19% geeft aan dat hier thuis afspraken over zijn; bij 81% is dat niet het geval. Volgens Jacobs hebben gezinnen vaak wel de intentie om afspraken te maken, maar is de ochtendroutine in de praktijk sterk afhankelijk van de agenda van dat moment, die regelmatig verandert.

Ook moet er rekening worden gehouden met ieders behoefte. Jacobs: “Wanneer iemand zich niet erkend voelt in wat hij of zij nodig heeft, kan een gesprek over een praktische afspraak al snel veranderen in een strijd om erkenning. Dan wordt de badkamer niet alleen een praktische kwestie, maar een moment waarop verschillende behoeften en belangen met elkaar botsen. Daardoor blijven gezinnen soms hangen in het steeds opnieuw oplossen van het incident, in plaats van samen een afspraak te maken die voor iedereen werkt.”