Iedereen wil tempo in de hersteloperatie, de ouders voorop. Het Kamerdebat van vorige week ging over tempo, capaciteit en sturing. Over wat ouders zelf nodig hebben om hun herstel af te ronden, en over wie het tempo bepaalt, organiseert Stichting (Gelijk)waardig Herstel donderdag het symposium ‘Herstel laat zich niet dwingen’, met Karim Amghar als dagvoorzitter en een keynote van Pieter Omtzigt
De Tweede Kamer debatteerde vorige week met staatssecretaris Palmen over de hersteloperatie kinderopvangtoeslag. De staatssecretaris heeft eind 2027 als doel voor het financieel herstel en erkende dat deze doelstelling onder druk staat. Stichting (Gelijk)waardig Herstel (SGH) deelt de wens om vaart te maken; ouders willen dit trauma afsluiten, het liefst zo snel mogelijk. Maar snel is niet hetzelfde als haast, en afronden wordt door veel ouders als iets anders ervaren dan een deadline halen. SGH ziet dat ouders behoefte hebben aan een zorgvuldig proces en verwacht dat ook na 2027 tijd nodig is, de hersteloperatie is een forse opgave.
Drie jaar praktijk laat zien dat eigen regie werkt. Ruim 80 procent van de gedupeerde ouders kiest voor de route van SGH, waarin zij in eigen tempo hun verhaal vertellen aan een Luisterend Schrijver, een vrijwilliger uit de samenleving. Het onderzoek Gehoord, Gezien en Financieel Gecompenseerd van dr. Amarins Jansma en prof. dr. Kees van den Bos (Universiteit Utrecht) onderbouwt waarom: niet alleen het geld, maar vooral een rechtvaardige, menswaardige behandeling bepaalt of ouders herstellen. Ouders die de methode afrondden, geven de erkenning die zij ervoeren een 7,8 en de eerlijke behandeling een 7,5. Hun vertrouwen in de overheid blijft echter steken op een 3,3: slechts één op de vijf ouders zegt na afloop weer voldoende vertrouwen in de overheid te hebben.
SGH gaf de Kamer voor het debat vier onderwerpen mee: de regie over het herstelproces ligt bij de ouder, de keuze van een route ligt bij de ouder, rust, reinheid en regelmaat in de hersteloperatie, en verantwoording over herstel en nazorg, niet alleen over aantallen. De stichting blijft met het ministerie in gesprek over afspraken die drie dingen combineren: minder wachttijd voor ouders, behoud van hun eigen regie en rust in het proces.
Faouzi Achbar, waarnemend voorzitter SGH: “Wij delen met de staatssecretaris de ambitie dat iedere ouder dit pijnlijke hoofdstuk kan afsluiten en verder kan met het leven. We staan samen voor een grote herstelopgave. Die vraagt om samenwerking en voortvarendheid, met de ouders centraal. Echt herstel brengen we dichterbij door samen te zorgen voor erkenning, duidelijkheid en ruimte voor het tempo van iedere ouder.”
Dr. Amarins Jansma, Universiteit Utrecht: “Ouders voelen zich bij SGH gehoord, gezien en financieel gecompenseerd, en juist dat zet hun herstel in gang. Maar het vertrouwen in de overheid herstelt daarmee nog niet vanzelf; dat vraagt dat de overheid zelf in elk contact laat zien rechtvaardig en betrouwbaar te handelen.”
Symposium donderdag 22 oktober
Gedupeerde ouders vertellen zelf wat herstel voor hen betekent. Pieter Omtzigt houdt de keynote, de UU-onderzoekers lichten hun onderzoek toe en in het panelgesprek ‘Wat vraagt herstel werkelijk?’ spreken ouders met onder anderen Jeroen Smit (zelf vrijwilliger als Luisterend Schrijver) en Zahra Sebbar, die als één van de jongeren van de Zolderkamer aan de wieg van SGH stond en tot juni 2026 lid was van de Raad van Toezicht. Mounia Arkouch, wethouder namens PRO in Arnhem, neemt ook deel aan het gesprek.