Broedseizoen niet steeds vroeger, wel onvoorspelbaar

01 AUG 2023 07:00 | Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ)

Drieteenstrandlopers krijgen het in hun broedgebied in Groenland steeds lastiger. Dat komt niet altijd omdat de lente daar door de klimaatverandering steeds vroeger begint, zoals vaak verondersteld, maar wel omdat het seizoen steeds onvoorspelbaarder wordt. Dat schrijft een internationale groep biologen, waaronder NIOZ-ers Jeroen Reneerkens, Tom Versluijs en Mikhail Zhemchuzhnikov deze week in het tijdschrift Current Biology. “Het ene jaar kunnen de vogels te laat zijn om te profiteren van de piek in insecten, terwijl er in andere jaren juist heel veel sneeuw blijft liggen, waardoor er nauwelijks eten is voor de kuikens”, zegt Jeroen Reneerkens.

Drieteenstrandloper op GroenlandDrieteenstrandloper op Groenland. (Foto: Jeroen Reneerkens, NIOZ)

Steeds vroeger

Het artikel is gebaseerd op langlopend onderzoek in Zackenberg, een Deens onderzoeksstation in het noordoosten van Groenland. Uit metingen van het aantal insecten dat in de lentes tussen 1996 en 2005 rond het station uit de bodem kwamen, bleek een duidelijke vervroeging. Bloemen bloeiden eerder en insecten kwamen eerder uit de bodem, in die periode van tien jaar wel tien tot dertig dagen eerder. In diezelfde periode legden bonte strandlopers, drieteenstrandlopers en steenlopers hun eerste ei hooguit enkele dagen eerder dan gemiddeld.

Spreiding

Inmiddels kunnen de onderzoekers een meetreeks van 25 jaar analyseren, en is er van een structurele vervroeging eigenlijk geen sprake meer. Gemiddeld genomen bloeien de arctische bloemen min of meer rond dezelfde tijd, komen de insecten rond dezelfde tijd uit de bodem en leggen de drie steltlopersoorten ook rond dezelfde datum hun eerste ei. “Tegelijk zien we dat de spreiding in die periode wel flink is toegenomen”, zegt Reneerkens. “We zien extreem warme lentes met heel vroege planten en insecten, maar ook lentes met extreem veel sneeuw, waardoor vogels soms bijna niet tot broeden komen.”

Twee extreme jaren

“In 2018 beleefden we zo’n extreem jaar”, herinnert Reneerkens zich. “Er lag toen zo veel sneeuw gedurende het hele broedseizoen, dat we maar één nest hebben gevonden. Een jaar later beleefden we het ‘vroegste’ jaar uit de hele reeks van onderzoeksjaren. De sneeuw smolt toen al vroeg weg, waardoor de meeste insecten alweer waren verdwenen op het moment dat de kuikens van de drieteentjes, min of meer op de normale tijd uit hun ei kwamen.” 

Geen aantallen maar gewichten

“Om te kijken of er echt een mismatch is tussen het broedseizoen van een trekvogel als de drieteenstrandloper en het verschijnen van insecten,zou je meer moeten doen dan alleen maar insecten tellen.” Dat zegt Tom Versluijs, promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen en medeauteur van het artikel in Current Biology. “Voor een kuiken is het gewicht van de insecten op de toendra belangrijker dan het aantal. We zien dat de piek in de massa van insecten vaak een week ná de piek in aantallen ligt. Maar ook dan moeten we ons niet blindstaren op de gemiddelde temperaturen en de gemiddelde data dat de insecten verschijnen. Het is vooral de onvoorspelbaarheid waar een vogel als de drieteenstrandloper mee te maken heeft. In zijn overwinteringsgebieden in Nederland of Afrika kan hij lastig inschatten wat de lente in Groenland gaat brengen.”

Het meetstation 'Zackenberg'. Meetstation 'Zackenberg' op Groenland. (Foto: Jeroen Reneerkens, NIOZ)

 

Meer binnen de rubriek Dieren en natuur