In IJsselstein, Barendrecht en Bloemendaal worden per inwoner minder dan half zoveel kinderen geboren als aan het begin van deze eeuw. Ook landelijk is de afname groot: het aantal geboorten per inwoner daalde met 27,5%. Dat blijkt uit onderzoek van YourSurprise op basis van CBS-cijfers.
YourSurprise vergeleek de jaargemiddelden van 2000–2002 en 2023–2025. In Nederland daalde het gemiddelde van 12,7 naar 9,2 geboorten per 1.000 inwoners. De ontwikkeling in de 303 onderzochte gemeenten verschilt sterk: tegenover de forse dalingen staan plaatsen als Waddinxveen, waar het aantal geboorten per inwoner juist toenam.
Grootste dalingen per inwoner op Schiermonnikoog en in IJsselstein en Barendrecht
Schiermonnikoog heeft met 71,1% de grootste procentuele daling per inwoner: van 11,8 naar 3,4 geboorten per 1.000 inwoners. Daarbij gaat het om kleine aantallen. In heel 2000–2002 werden op het eiland 36 kinderen geboren, tegenover tien in heel 2023–2025. De bijbehorende jaargemiddelden zijn twaalf en 3,3 geboorten.
IJsselstein en Barendrecht volgen met allebei 51,5% minder geboorten per inwoner. In IJsselstein ging het cijfer van 17,8 naar 8,7 per 1.000 inwoners, in Barendrecht van 16,0 naar 7,7. Ook in Bloemendaal is het cijfer meer dan gehalveerd, met een afname van 50,3%.
Meer geboorten per inwoner in Waddinxveen, Blaricum en Renswoude
Waddinxveen heeft met 16,7% de sterkste stijging per inwoner. Het gemiddelde jaarlijkse aantal ging van 12,5 per 1.000 inwoners in 2000–2002 naar 14,6 in 2023–2025. Ook Blaricum en Renswoude laten een toename per inwoner zien, van 7,9% en 2,7%. Hun totale jaargemiddelden stegen van 75,7 naar 111,3 geboorten in Blaricum en van 63,7 naar 92,3 in Renswoude. In 300 gemeenten daalde het aantal geboorten per inwoner.
Drenthe heeft de grootste provinciale daling per inwoner
In alle twaalf provincies worden per inwoner minder kinderen geboren dan in 2000–2002. Drenthe heeft met 33,9% de grootste afname, gevolgd door Fryslân met 31,7% en Overijssel met 31,2%. Zuid-Holland heeft met 23,6% de kleinste daling.
Het Nederlandse jaargemiddelde ligt 38.029 geboorten lager dan in 2000–2002
Nederland telde in 2023–2025 gemiddeld 165.739 geboorten per jaar, tegenover 203.768 in 2000–2002. Het recente jaargemiddelde ligt daarmee 38.029 geboorten lager, een afname van 18,7% tussen de twee perioden. De grootste absolute verschillen liggen in Amsterdam en Rotterdam: hun jaargemiddelden lagen respectievelijk 1.153 en 989 geboorten lager dan in 2000–2002.
De stad Utrecht laat zien waarom de verhouding tot het inwonertal van belang is. Daar nam het totale aantal geboorten met 8,4% toe, terwijl het aantal per 1.000 inwoners juist met 25,1% daalde. De bevolking groeide er dus sterker dan het aantal geboorten.
Bekijk alle resultaten
Het volledige onderzoek, met de cijfers en ranglijsten per gemeente en provincie, is te bekijken via:
https://www.yoursurprise.nl/pers/geboorten-per-gemeente-onderzoek
