
Zodra de eerste zachte avonden zich aandienen, gebeurt het. In bermen, sloten en houtwallen komt beweging. Padden, kikkers en salamanders ontwaken uit hun winterslaap en trekken massaal richting het water waar ze geboren zijn. De jaarlijkse paddentrek is één van de meest indrukwekkende natuurfenomenen van Nederland. Maar het is ook een kwetsbaar moment. Want tussen overwinteringsplek en voortplantingswater ligt steeds vaker een provinciale weg.
Honderdduizenden dieren per jaar
Vrijwilligers staan ieder voorjaar klaar om amfibieën veilig over te zetten. Volgens het landelijke netwerk Padden.nu werden in 2025 alleen al 214.087 amfibieën geregistreerd ‘als veilig overgezet’ door 87 werkgroepen. Omgerekend wordt geschat dat landelijk ongeveer 300.000 dieren de overkant hebben gehaald (bron: Verslag Padden.nu 2025, Stichting RAVON).
Dit zijn indrukwekkende aantallen. Maar ze vertellen ook iets anders: zonder hulp zou een groot deel deze tocht niet overleven. Uit ecologische onderzoeken blijkt dat zonder beschermende maatregelen circa de helft van de padden het voortplantingswater niet bereikt wanneer er wegen in hun migratieroute liggen (bron: RAVON). De vraag is dan ook niet óf we moeten ingrijpen, maar hoe.
Meer dan een scherm langs de weg
Een paddenscherm klinkt simpel. Een strook kunststof langs de berm. Maar wie denkt dat dit “gewoon een hekwerkje” is, onderschat wat erachter zit.
Amfibieën volgen vaste migratieroutes. Ze bewegen vooral in de schemering. Ze kruipen, klimmen en zoeken instinctief vertrouwde plekken op. Een scherm dat net verkeerd staat, niet diep genoeg is ingegraven of niet goed aansluit op een tunnel, werkt simpelweg niet.
“Je kunt fauna niet tegenhouden zonder haar gedrag te begrijpen,” zegt directeur Edward van Veen van Arfman, specialist in hekwerk en faunatechniek. “Het gaat niet om het plaatsen van een plaat in de grond. Het gaat om het begeleiden van een beweging die er al eeuwen is.”
Van tijdelijke maatregel naar structurele faunatechniek
Waar vrijwilligers vooral noodhulp bieden, zorgen vaste voorzieningen voor een blijvende oplossing. Denk aan:
- Geleidende paddenschermen
- Aansluitende amfibietunnels onder wegen
- Combinaties met kleinwild- en faunarasters
- Integratie in bouwprojecten om leefgebieden af te schermen
Het verschil zit dus echt in de details: juiste hoogte, correcte inbedding in de bodem, aansluiting op tunnels en onderhoud.
Waarom dit onderwerp juist nu speelt
Nederland verdicht. Er komen wegen bij, bouwprojecten breiden uit en natuurgebieden raken versnipperd. Tegelijk groeit het besef dat biodiversiteit geen bijzaak is, maar een randvoorwaarde voor een leefbaar landschap. De paddentrek maakt die spanning ieder voorjaar zichtbaar. Overheden zoeken daarom steeds vaker naar oplossingen die infrastructuur en natuur met elkaar verbinden in plaats van tegenover elkaar zetten. Tijdelijke bouwlocaties worden bijvoorbeeld afgeschermd met amfibiekerende voorzieningen, zodat kwetsbare soorten het werkterrein niet betreden. Dit voorkomt een hoop vertraging van projecten.
Langs provinciale wegen worden vaste geleidingssystemen geplaatst die amfibieën naar tunnels leiden. En waar geen tunnels aanwezig zijn, worden ingegraven opvangsystemen toegepast die door vrijwilligers veilig worden overgezet. Wat voorheen vooral een reactie was op incidenten, ontwikkelt zich steeds vaker tot een doordachte, preventieve aanpak waarin veiligheid en biodiversiteit hand in hand gaan.