'Hervorming van box 3 zou uitvoerbaar moeten zijn'

05 JAN 2024 10:41 | APG
Dit is een expertquote via ANP Expert Support

Charles Kalshoven

Aanleiding:
Hervormingsvoorstel box 3 ligt klaar, maar kan ook in prullenbak belanden

De hervorming van box 3 is aanstaande. Tenminste, als het aan demissionair staatssecretaris Marnix van Rij van Fiscaliteit ligt. Zijn voorstel voor het anders belasten van vermogen ligt panklaar. En die hervorming is wenselijk. Het oude systeem was niet meer houdbaar. En we hebben nu een tijdelijk systeem waarin ook gekke dingen zitten.

Het huidige belastingsysteem in Nederland is complex en wordt op sommige punten als onrechtvaardig ervaren. Dat geldt bijvoorbeeld voor box 3. Onder meer als gevolg van de sterk dalende rente verkeren veel belastingplichtigen – tot enkele jaren terug – in de situatie dat het berekende, fictieve rendement bij lange na niet gelijk is aan het werkelijk behaalde rendement. Zij betalen dus belasting over niet genoten inkomen. Hervorming van box 3 is dan ook wenselijk. Sparen bij een bank is nu fiscaal veel aantrekkelijker dan beleggen in veilige staatsobligaties. Dat is raar.

Het nieuwe voorstel is een verbetering. De belasting op het werkelijke rendement komt het meest tegemoet aan wat mensen rechtvaardig vinden, maar kent praktische problemen bij illiquide beleggingen zoals onroerend goed.

Stel, je hebt naast je eigen woning nog een huis, dat je bijvoorbeeld geërfd hebt. Als de huizenprijzen dan fors stijgen, ben je ineens duizenden euro’s aan belasting verschuldigd. Die moet je maar net hebben liggen, je vermogen zit misschien vooral vast in dat huis. Voor aandelen en obligaties is het natuurlijk allemaal wat makkelijker. De waardestijging en rendementen zijn eenvoudig vast te stellen en wanneer nodig zijn de bezittingen snel te gelde te maken.

Er is daarom gekozen voor de hoofdregel: het belasten van werkelijke rendementen volgens een vermogensaanwassysteem. Dit systeem belast de gerealiseerde en ongerealiseerde inkomsten uit vermogen en maakt het mogelijk dat de kosten die daarmee verband houden aftrekbaar zijn.

Voor onroerende zaken zoals huizen en kunst geldt als uitzondering op de hoofdregel een vermogenswinstbelasting. Daarbij wordt de waardeontwikkeling voor deze vermogensbestanddelen belast bij realisatie (lees: verkoop). Voor de eerste (vakantie)woning in box 3 waarbij hoofdzakelijk sprake is van eigen gebruik, geldt een forfaitair rendement.

In plaats van heffingsvrij vermogen gaat een heffingsvrij inkomen uit vermogen gelden. Dat voelt rechtvaardiger dan het huidige systeem. Immers, geen of laag rendement betekent ook geen vermogensbelasting daarover. De hervorming van box 3 is dus verstandig. Het oude stelsel was sowieso juridisch niet houdbaar, het nieuwe voorstel is een verbetering. De rechtvaardigheid is gebaat bij het belasten van werkelijke rendementen bij liquide vermogen. En voor illiquide vermogen is gekozen voor praktische oplossingen. Dat klinkt als iets wat voor de Belastingdienst uitvoerbaar zou moeten zijn.

Meer binnen de rubriek Economie en geld