De nieuwe Europese regels rond smartphonebatterijen lijken op het eerste gezicht een stap vooruit voor duurzaamheid en consumentenrechten. Toch zit er een belangrijke maas in de wetgeving: fabrikanten kunnen voldoen aan de regels door vooral te sturen op batterijprestaties, zonder dat apparaten daadwerkelijk makkelijker repareerbaar worden. Daarmee dreigt het principe van ‘right to repair’ in de praktijk uitgehold te raken.
Focus op prestaties in plaats van vervangbaarheid
De huidige regelgeving legt sterk de nadruk op batterijcapaciteit en levensduur. Fabrikanten moeten bijvoorbeeld aantonen dat een batterij na honderden laadcycli nog een bepaald prestatieniveau behoudt. Hoewel dat positief klinkt, zegt het weinig over hoe eenvoudig een batterij daadwerkelijk vervangen kan worden wanneer die uiteindelijk versleten raakt.
Daardoor ontstaat ruimte voor fabrikanten om duurzaamheid technisch af te vinken via software-optimalisatie en batterijbeheer, terwijl fysieke repareerbaarheid achterblijft. Een batterij die lang meegaat, maar moeilijk of duur te vervangen is, verlengt de levensduur van een toestel in de praktijk namelijk nauwelijks.
Right to repair onder druk
Dat ondermijnt juist het principe van right to repair. Consumenten en onafhankelijke reparateurs moeten apparaten eenvoudig kunnen onderhouden en onderdelen kunnen vervangen. Wanneer die toegankelijkheid ontbreekt, blijven gebruikers sneller afhankelijk van dure reparaties of de aanschaf van een nieuw toestel.
Dat is problematisch, omdat grote elektronicafabrikanten juist steeds vaker inzetten op gesloten ontwerpen waarbij onderdelen lastig bereikbaar zijn of speciale software en tools nodig zijn voor reparatie. Zonder strengere eisen rond fysieke toegankelijkheid blijft daadwerkelijke repareerbaarheid daardoor beperkt.
E-waste verminderen vraagt om echte repareerbaarheid
Als Europa elektronische afvalstromen echt wil terugdringen, moet de focus niet alleen liggen op hoe lang een batterij meegaat, maar vooral op hoe eenvoudig die vervangen kan worden. Alleen dan krijgen consumenten en onafhankelijke reparateurs daadwerkelijk de mogelijkheid om apparaten langer te gebruiken.
Een effectief right to repair-beleid vraagt daarom niet alleen om technische duurzaamheidseisen, maar ook om duidelijke regels rond toegankelijkheid, betaalbare reparaties en beschikbaarheid van onderdelen. Zonder die stap heeft de ‘right to repair’ in de praktijk weinig betekenis.
