Bevel voor vergisbombardement scheepsramp WOII kwam uit Nederland

• Uitgeverij Achtbaan

Minister Bijleveld van defensie overhandigt nieuw boek aan zonen piloot en slachtoffer

DELDEN/DEN HAAG – Het bevel voor het vergisbombardement op oceaanstomer Cap Arcona op 3 mei 1945 kwam van het RAF hoofdkwartier in het Twentse Delden. Bij de scheepsramp kwamen 7000 gevangenen om. Ter gelegenheid van dit nieuwe stuk oorlogsgeschiedenis wordt op 2 maart een minisymposium gehouden in Nieuwspoort in Den Haag.

Daarbij zal Minister Ank Bijleveld van Defensie de nieuwe versie van het boek ‘De laatste getuige’ overhandigen aan de zoon van de Britse squadronleader Johnny Baldwin en de zoon van de Nederlander Wim Aloserij, de laatste getuige van de ramp die in 2018 overleed. Bestseller auteur Frank Krake heeft het boek aangevuld met de nieuwe feiten en illustraties over het bombardement, die hij met behulp van Duitse en Britse onderzoekers ontdekte. Zo vond hij geheime militaire plattegronden van de geallieerden uit Delden en interviewde hij Henry Porter (93), een voormalige betrokken officier van de Royal Air Force (RAF).

Bij het bombardement op de Cap Arcona, de Thielbeck en de SS Deutschland in de Bocht van Lubeck, donderdag 3 mei precies 75 jaar geleden, vielen vier keer zoveel slachtoffers als bij de Titanic, voornamelijk onschuldige concentratiekampgevangenen van nazi-Duitsland. De Britten dachten dat Duitse SS-elitetroepen en officieren met de schepen wilden vluchten. Een bericht van het Zweedse rode kruis dat er gevangenen van concentratiekampen aan boord waren, kwam te laat binnen.

De Typhoon bommenwerpers van RAF-squadron 198 vertrokken vanaf een kleine airstrip, 30 kilometer vanaf Delden, net over de Duitse grens in Plantlünne. Krake ontdekte tijdens zijn onderzoek dat de opdracht werd gegeven vanaf het hoofdkwartier van Group 84, dat sinds 17 april 1945 was gelegerd bij Kasteel Twickel in de Twentse gemeente.

Slechts 350 gevangen overleefden het inferno. Een van hen was de Nederlander Wim Aloserij, die na ontberingen in de concentratiekampen Amersfoort, Husum en Neuengamme aan het eind van de oorlog aan boord van de Cap Arcona werd gebracht. In het boek ‘De laatste getuige’ beschrijft Krake hoe Aloserij de oorlog en deze ramp wist te overleven. In 2018 ontving Aloserij formele excuses van de historische tak van de RAF voor deze dodelijke vergissing. Twee dagen voordat hij tijdens de Nationale Dodenherdenking een speech zou houden en het koningspaar zou ontmoeten, overleed hij op 94-jarige leeftijd.

Krake vindt het belangrijk om een minisymposium te houden over dit vergeten hoofdstuk uit de geschiedenis. ,,Het is niet bedoeld om met de vinger te wijzen, maar om de historie beter te kunnen duiden”, zegt hij.

De auteur spoorde ook zoon James op van de toenmalige squadron leader en vermaard jachtvlieger Johnny Baldwin, die in 1952 sneuvelde in Korea. Baldwin werd later door Koningin Wilhelmina benoemd tot Grootofficier in de Orde van Oranje-Nassau. Zoon James vertelt tijdens het symposium voor het eerst het verhaal over zijn vader en zal 2 maart in Nieuwspoort samen met zoon Jiddo van Wim Aloserij het boek in ontvangst nemen. Een bijzondere ontmoeting aldus Krake. ,,De vader van de ene man schoot dus de vader van de andere man van de boot. én hij joeg met de aanval 7000 concentratiekampgevangenen de dood in, zonder dat hij dit wist.”