Nederland investeert te weinig in research and development (R&D), waardoor waardevolle innovaties stranden voordat ze impact kunnen maken. Dat meldt TNO.
Dat is ook te zien op hogescholen. Alleen al in mijn lectoraat zie ik praktische, betaalbare en toepasbare zorginnovaties ontstaan, ontwikkeld in samenwerking met zorginstellingen. Ze zijn toegespitst op het verlichten van de druk op de zorg, die door vergrijzing, chronische ziekten en gebrek aan personeel hoog is.
Toch lopen deze innovaties vaak vast voordat ze überhaupt getest kunnen worden. Dat komt doordat de huidige wetgeving rondom medische hulpmiddelen en datagebruik onvoldoende ruimte biedt voor experimenteren met echte patiënten.Het gevolg is dat de zorginnovaties die de zorg kunnen verlichten, jarenlang op de plank blijven liggen.
Op zich is enige terughoudendheid begrijpelijk: gezondheid en privacy zijn kwetsbaar terrein. Maar de maatschappelijke risico’s van stilstand zijn groot: een hogere werkdruk, langere wachttijden en oplopende zorgkosten.
Daarom moet Nederland de moed hebben om veilige testomgevingen te creëren waar innovaties versneld kunnen worden beproefd. En dus zo meer te investeren in R&D. Hogescholen kunnen hierin, met hun sterke inrichting op praktijkgericht onderzoek en regionale verbinding met het werkveld, een cruciale rol spelen.
Binnen mijn domein – robotica in de zorg – ligt een gezamenlijke route voor de hand: creëer experimenteerruimtes binnen het hbo waar zorgtechnologie zorgvuldig, transparant en tijdelijk buiten de volledige MDR-procedure getest kan worden.
Hiervoor is niet alleen meer geld nodig, maar ook gedeelde toezichtstandaarden, duidelijke randvoorwaarden en toetsing zodra marktintroductie aan de orde komt.
Dat lijkt complex, en niemand heeft gezegd dat R&D eenvoudig moet zijn. Maar Nederland kan het zich niet veroorloven het niet te doen. Het nieuwe kabinet is aan zet.

