NVM: Voor het eerst meer dan 100.000 euro per hectare landbouwgrond

• Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM U.A.)

In de eerste helft van 2026 is in Nederland voor het eerst gemiddeld meer dan € 100.000 betaald voor een hectare agrarische grond. De gemiddelde prijs kwam uit op € 106.000: ruim 10 procent boven het gemiddelde van 2025 en 16 procent hoger dan in de eerste helft van dat jaar. De aanhoudende vraag naar grond en het beperkte aanbod drijven de prijzen op. Tegelijkertijd remmen stoppersregelingen en onzekerheid over beleid de verkoop van veehouderijbedrijven. Dat blijkt uit het halfjaarbeeld Agrarisch & Landelijk van NVM.

Vooral akkerbouwgrond werd duurder. Een hectare kostte gemiddeld € 120.000, 19 procent meer dan een jaar eerder. De prijs van grasland steeg met 10 procent naar gemiddeld € 92.000 per hectare. Melkveehouders hebben meer grond nodig voor extensivering en om na het aflopen van de derogatieregeling[1] mest op eigen land te kunnen plaatsen. Daarnaast kopen overheden grond voor onder meer natuurontwikkeling en stedelijke uitbreiding. Toch zien sommige NVM-makelaars eerste tekenen van stabilisatie. Zij beoordelen de verkoopbaarheid van agrarische grond met een 8,8, waar dit de afgelopen jaren steeds boven de 9,0 lag. Lagere marges in de landbouw en beperktere financieringsruimte kunnen verdere prijsstijgingen afremmen.

‘De behoefte aan landbouwgrond blijft groot, maar de betaalbaarheid komt steeds meer onder druk te staan,’ zegt Jos Ebbers, voorzitter van NVM Agrarisch & Landelijk. ‘Boeren hebben extra hectares nodig om te extensiveren en mest op eigen land te plaatsen, terwijl ook woningbouw en natuur ruimte vragen. Tegelijkertijd maken lagere marges en hoge grondprijzen het moeilijker om die grond te financieren. Ondernemers hebben daarom duidelijk en voorspelbaar beleid nodig om verantwoorde keuzes voor de toekomst van hun bedrijf te kunnen maken.’

Minder melkveehouderijen verkocht door krap aanbod

In de eerste helft van 2026 zijn via makelaars 16 melkveehouderijen verkocht, tegenover 30 in dezelfde periode van 2025 en 41 in 2024. Slechts 21 bedrijven kwamen nieuw op de markt, ongeveer de helft minder dan een jaar eerder. Bedrijven die deelnemen aan beëindigingsregelingen worden niet op de vrije markt aangeboden. Andere ondernemers stellen hun verkoop uit in afwachting van nieuwe overheidsplannen. Ook de hoge grondprijzen spelen een rol: voor potentiële stoppers kan het aantrekkelijk zijn de grond te behouden en te verpachten. Complete bedrijven met de juiste vergunningen blijven gewild, maar starten of uitbreiden vraagt steeds meer kapitaal. Samenwerking en pachtconstructies worden daardoor belangrijker voor melkveehouders die verder willen.

Slechts vijf intensieve veehouderijen verkocht

De verkoop van varkens-, pluimvee- en kalverhouderijen blijft laag. In het eerste halfjaar wisselden vijf bedrijven van eigenaar, tegenover elf in dezelfde periode van 2025. Makelaars boden slechts elf bedrijven nieuw te koop aan. Volgens NVM-makelaars drukt de aanhoudende beleidsonzekerheid op de bereidheid om te investeren. Tegelijkertijd verkleinen stoppersregelingen het aanbod op de vrije markt. Vooral varkenshouders maken hiervan gebruik: medio 2026 nemen 373 bedrijven deel aan de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) of Lbv-plus, bijna 73 procent van de oorspronkelijke aanvragers. Bij pluimvee- en kalverhouderijen bedraagt dit respectievelijk 46 en 57 procent. Betere markt- en contractprijzen hebben er in die sectoren aan bijgedragen dat meer bedrijven van deelname afzien.

Weinig verkopen intensieve veehouderijen nabij Natura 2000

Het kabinet wil rond zo’n 100 stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden extra zones instellen waarbinnen de landbouw moet extensiveren om de stikstofbelasting te verlagen. Deze plannen raken een deel van de agrarische vastgoedmarkt: van de ruim 1.400 veehouderijen die sinds 2010 via makelaars zijn verkocht, lagen er 108 binnen de voorgestelde zones, bijna 7,5 procent. Vooral de verkoop van intensieve veehouderijen is er de laatste jaren beperkt. Sinds 2021 wisselden binnen deze zones slechts vijf van deze bedrijven van eigenaar. Melkveebedrijven worden er nog geregeld verkocht, maar volgens NVM-makelaars vooral vanwege de bijbehorende landbouwgrond. De mogelijkheid om de veehouderij op de locatie voort te zetten, speelt bij deze aankopen een steeds kleinere rol.

Meer verkopen paardenbedrijven verhullen lastige markt

In het eerste halfjaar zijn 38 paardenbedrijven verkocht, tegenover 24 een jaar eerder. Het aanbod daalde sinds begin 2026 van 61 naar 53 bedrijven. Toch beoordelen NVM-makelaars de verkoopbaarheid met een 6,6 als niet meer dan redelijk. Er is belangstelling van particulieren die wonen willen combineren met het houden van paarden en van veehouders die overstappen op een ander verdienmodel. De vergunningen en het rendement bepalen echter steeds sterker de verkoopmogelijkheden. Vooral nabij Natura 2000-gebieden weegt mee of de stikstofruimte goed is vastgelegd in een actuele natuurvergunning. Daarnaast drukken hogere kosten op de exploitatie, terwijl ondernemers deze maar beperkt kunnen doorberekenen in pension- en lestarieven.

Markt voor landelijke woningen koelt af

De prijsstijging van landelijke woningen vlakt af. Medio 2026 ligt de gemiddelde verkoopprijs rond € 830.000, tegenover € 815.000 een jaar eerder. Dat is de kleinste groei in drie jaar. NVM-makelaars verkochten in het eerste halfjaar 2.300 landelijke woningen, 8 procent minder dan een jaar eerder. Tegelijkertijd nam het aanbod toe van 2.300 naar ruim 2.500 woningen. Makelaars geven de verkoopbaarheid een 7,8, tegenover gemiddeld 8,5 in de afgelopen twee jaar. Kopers worden voorzichtiger, vooral door de betaalbaarheid en financierbaarheid. De regionale verschillen blijven groot. In de Randstad kost een landelijke woning gemiddeld rond € 1 miljoen. In de noordelijke provincies, Zeeland en Limburg blijft de gemiddelde verkoopprijs onder € 700.000. Rust en ruimte blijven belangrijke redenen om voor landelijk wonen te kiezen.