Op 21 september is het tien jaar geleden dat tijdens Ajax–Willem II voor het eerst live een Video Assistant Referee (VAR) werd ingezet in een officiële competitie op het hoogste niveau. Wat begon als een Nederlands experiment, groeide in tien jaar tijd uit tot een vast onderdeel van het nationale en internationale voetbal. In die periode zijn de techniek, de werkwijze en de spelregels rond de VAR steeds verder ontwikkeld.
Op 21 september 2016 werd er voetbalgeschiedenis geschreven. Tijdens Ajax–Willem II werd meteen duidelijk wat de VAR kan betekenen. Scheidsrechter Danny Makkelie gaf Willem II-speler Anouar Kali een gele kaart na een overtreding. VAR Pol van Boekel bekeek de beelden en adviseerde Makkelie om de gele kaart te veranderen in een rode kaart. Makkelie nam dat advies over.
Voorbereiding
Jaren aan voorbereiding gingen vooraf aan dit optreden van de VAR. In 2013 startte de KNVB met het project Arbitrage 2.0, waarin werd onderzocht hoe videobeelden scheidsrechters konden ondersteunen bij belangrijke beslissingen. Voordat de VAR live werd ingezet, werd het systeem in meer dan negentig wedstrijden getest zonder contact tussen de video-assistent en de scheidsrechter.
Nederland liep daarmee internationaal voorop. Op 1 september 2016 werd tijdens Italië–Frankrijk voor het eerst live met videoarbitrage getest tijdens een interland. Björn Kuipers leidde die wedstrijd, terwijl Danny Makkelie en Pol van Boekel vanuit de videowagen ondersteuning boden. Twintig dagen later volgde de primeur bij Ajax–Willem II.
In maart 2018 werd de VAR officieel opgenomen in de internationale spelregels. In Nederland stemden alle betaald voetbalclubs daarna in met de invoering van de VAR in de Eredivisie. Vanaf het seizoen 2018/19 werd bij alle 306 wedstrijden gewerkt met een VAR. In dat eerste seizoen werden dankzij de VAR 87 foutieve beslissingen gecorrigeerd.
Sindsdien is de techniek verder ontwikkeld. Er kwamen onder meer extra camera’s, virtuele buitenspellijnen en meer informatie over de VAR-checks in het stadion. In 2025 experimenteerde de KNVB ook met on-field announcements, waarbij de scheidsrechter na een review de beslissing toelicht.
Ontwikkeling in cijfers
Het aantal foutieve beslissingen met een VAR-component is de afgelopen seizoenen afgenomen. In zowel 2023/24 als 2024/25 waren dat er 26. In 2025/26 daalde het aantal naar 21.
In het seizoen 2025/26 greep de VAR tijdens de 306 Eredivisiewedstrijden 105 keer in. In 84 gevallen werd daarmee een foutieve beslissing voorkomen. Tegelijkertijd laat het aantal van 21 zien dat de VAR niet iedere fout kan voorkomen. Vooral bij interpretatieve beslissingen, bijvoorbeeld bij overtredingen en hands, blijft beoordelingsruimte bestaan. Scheidsrechter en VAR moeten situaties uiteindelijk nog altijd beoordelen. De ambitie blijft daarom om het aantal foutieve beslissingen verder terug te brengen.
De scheidsrechter blijft verantwoordelijk
De scheidsrechter op het veld blijft de primaire beslisser. De VAR fungeert als vangnet bij een duidelijke fout in een belangrijke situatie en beoordeelt dus niet iedere beslissing opnieuw.
Ook het VAR-protocol is dit seizoen op enkele punten uitgebreid. De VAR kan onder meer ingrijpen bij een duidelijk onterechte tweede gele kaart die tot rood leidt. Daarnaast kan een aantoonbaar onterecht toegekende hoekschop worden gecorrigeerd, maar alleen wanneer dat onmiddellijk kan en de hervatting daardoor niet wordt vertraagd.
De uitbreiding is niet bedoeld om vaker in te grijpen. Het doel blijft hetzelfde: duidelijke fouten met grote gevolgen voor een wedstrijd herstellen, zonder het spel onnodig stil te leggen.
De volgende stap
Na tien jaar ligt de nadruk steeds meer op de kwaliteit van de toepassing van de VAR. Scheidsrechters en VAR’s trainen samen om vergelijkbare situaties zo veel mogelijk op dezelfde manier te beoordelen. Ook wordt gewerkt aan snellere controles en betere communicatie over beslissingen.
Raymond van Meenen, manager scheidsrechterszaken betaald voetbal: “De VAR heeft zich in tien jaar enorm ontwikkeld. Dat het aantal foutieve beslissingen afgelopen seizoen is gedaald, is positief, maar we blijven werken aan verbetering. Daarbij gaat het vooral om consistentie, snelheid en duidelijkheid. Het uitgangspunt blijft hetzelfde als tien jaar geleden: de scheidsrechter blijft de primaire beslisser en de VAR is het vangnet. De technologie helpt het voetbal, maar neemt het niet over.”
