Hondenbescherming: 'Laat honden niet de dupe zijn van onze stikstofcrisis’

• Koninklijke Hondenbescherming

De Koninklijke Hondenbescherming is teleurgesteld dat steeds meer natuurgebieden worden gesloten voor honden. 'Het is begrijpelijk dat natuurorganisaties hun gebieden willen beschermen tegen stikstofuitstoot, maar de honden zijn nu onterecht de dupe van een door ons zelf gecreëerd probleem,' reageert directeur Daphne Groenendijk.

Staatsbosbeheer liet onlangs weten honden te willen weren uit het Ulvenhoutse Bos bij Breda. In steeds meer natuurgebieden worden de honden aangewezen als boosdoener. De Hondenbescherming wil daarover graag met partijen in gesprek.

“We hebben te maken met een stikstofprobleem. De grootste verantwoordelijkheid ligt bij ons als mensen: we stappen massaal in auto’s en vliegtuigen, streven naar grootschalige industriële productie en willen onze veestapel op peil houden. Het kan niet zo zijn dat we als gevolg daarvan een van de primaire behoeften van een onschuldig dier afnemen.”

Primaire levensbehoefte

Honden hebben naast schoon water, goede voeding en verzorging ook beweging en verrijking nodig voor hun welzijn. “Het bos en natuurgebieden zijn daarvoor de meest aangewezen plekken. Dat is als het ware hun speeltuin, waarin ze zich vrij kunnen bewegen en een walhalla aan geurtjes vinden. Door dat van hen af te nemen, ontstaan er andere problemen,” stelt Groenendijk.

Bovendien zijn er vele hondenbezitters die zich verantwoordelijk opstellen en natuurliefhebber zijn. Deze mensen en hun honden wordt zonder pardon de toegang ontzegd dat een groot goed is voor elke Nederlander: natuurbeleving.

Zorg om sluiting van losloopgebieden

De Hondenbescherming ziet dat steeds meer gemeenten en natuurorganisaties losloopgebieden of recreatiegebieden sluiten voor honden omdat ze de flora en fauna zouden verstoren. Een verdrietige en onterechte trend, waarbij belangrijke kanttekeningen moeten worden geplaatst. Groenendijk: “Als steeds meer gebieden voor honden verboden worden, stappen mensen in de auto en rijden ze naar een ander gebied. De vraag rijst dan wat vervuilender is. Bovendien wordt de druk op de overgebleven gebieden groter, waardoor spanningen ontstaan tussen dieren onderling, of met andere recreanten in zo’n gebied. We zouden daarom liever in gesprek gaan met beleidsbepalers en bespreken hoe we creatiever met het probleem kunnen omgaan en zorgen dat honden de ruimte kunnen behouden om ook hond te kunnen zijn.”

Opruimplicht

Zo kan er bijvoorbeeld worden gedacht aan een aanlijnplicht in de meest kwetsbare gebieden, het omheinen van kwetsbare delen en strengere handhaving. Groenendijk: “Het hoort nou eenmaal bij verantwoord houderschap dat je de ontlasting van je hond opruimt. Of het nou op straat is of in een natuurgebied.”

Hopelijk geven de organisaties gehoor en kunnen we gezamenlijk op zoek naar een win-win-win-oplossing, voor zowel het klimaat (en ons als mensen), de natuurgebieden als voor de hond.