Amsterdam, 29 juli 2026 – Wie de deur uitgaat voor een vakantie van een week of langer, laat het huisdier in 40% van de gevallen thuis bij een oppas. Dat blijkt uit enquête-onderzoek van Overstappen.nl onder huisdiereigenaren. Maar dat geldt lang niet voor iedereen: hoe ouder de eigenaar, hoe vaker het huisdier gewoon mee op reis gaat. Bij vakantiegangers van 55 jaar en ouder ligt dat percentage bijna twee keer zo hoog als bij de groep van 35 tot 54 jaar.
Oppas aan huis populairste keuze onder huisdiereigenaren
Over alle leeftijdsgroepen heen is oppas aan huis met 40% de populairste oplossing: bijna twee op de vijf huisdiereigenaren laat familie of vrienden thuis op het huisdier passen. Het huisdier meenemen op vakantie staat op de tweede plaats met 23%, gevolgd door logeren bij familie of vrienden (16%). Een pension of opvangcentrum wordt het minst vaak gekozen, met nog geen 10%. Op het eerste gezicht lijkt oppas aan huis dus de norm. Maar zodra er wordt ingezoomd op leeftijd, is dat beeld anders.
Ouderen nemen huisdier vaakst mee
Onder huisdiereigenaren van 55 jaar en ouder neemt 28% het huisdier mee op vakantie. Bij eigenaren van 35 tot 54 jaar ligt dat percentage op 17% en bij de groep van 18 tot 34 jaar op 23%. De jongste groep kiest vaker voor opvang aan huis dan voor meenemen: 46% van de 18- tot 34-jarigen laat familie of vrienden thuis op het huisdier passen, tegenover 23% die het dier meeneemt.
Bij de groep van 35 tot 54 jaar is opvang aan huis met 48% verreweg de populairste keuze. Bij de oudste groep zakt dat percentage naar 31%. De keuze om een huisdier te laten logeren bij familie of vrienden laat weinig verschil zien tussen de leeftijdsgroepen. 23% bij de jongste groep, 14% bij de middelste groep en 17% bij de oudste groep.
Verschil in aanpak vraagt om verschillende voorbereiding
De cijfers laten zien dat er niet een standaardaanpak is als het gaat om huisdieren tijdens de vakantie. Waar de ene leeftijdsgroep vertrouwt op familie en vrienden voor opvang aan huis, kiest de andere groep er juist voor om het huisdier zelf mee te nemen. Dat verschil in aanpak vraagt ook om een andere voorbereiding, vertelt Nick Brendel, verzekeringsexpert bij Overstappen.nl:
“Als huisdiereigenaar wil je dat je huisdier het zo comfortabel mogelijk heeft als je weg bent van huis. Een betrouwbare oppas regelen is de eerste stap, maar het is net zo belangrijk om te weten wat er gebeurt als er onderweg iets misgaat. Blijft het huisdier thuis, dan is het vooral zaak om vooraf duidelijke afspraken te maken met de oppas: waar staan de medicijnen, wie bel je bij een noodgeval, en is de aansprakelijkheid goed geregeld als er toch iets misgaat.”
Ook als het huisdier wordt meegenomen op reis, zijn er dingen om rekening mee te houden. Brendel vervolgt: “Reis je met je huisdier naar het buitenland, zorg dan dat de chip, rabiësvaccinatie en het dierenpaspoort op orde zijn. Zonder deze documenten loop je het risico om door de douane van deze landen teruggestuurd te worden naar het land van herkomst. Daarnaast heb je in het buitenland te maken met een ander zorgstelsel, en kunnen de kosten van een dierenartsbezoek al snel oplopen. Ook kan een huisdier bijvoorbeeld schade veroorzaken aan de vakantiewoning. Daarom is het belangrijk om te kijken hoe een reis- of dierenverzekering dit dekt.”
Chip, vaccinatie en dierenpaspoort verplicht binnen de EU
Wie de hond of kat meeneemt naar het buitenland, moet aan een aantal verplichtingen voldoen. Zo moet het huisdier gechipt zijn en ingeënt tegen rabiës; deze vaccinatie moet minstens 21 dagen voor vertrek zijn gezet en is daarna, afhankelijk van het vaccin, 1 tot 3 jaar geldig. Daarnaast is een Europees dierenpaspoort verplicht, waarin de chip en vaccinaties zijn vastgelegd. Deze regels gelden voor alle EU-landen, en bij terugkeer naar Nederland, ook voor reizen daarbuiten. Bovendien stellen sommige landen aanvullende eisen, zoals een verplichte behandeling tegen lintworm.
