Er gaat geen week voorbij zonder nieuws over een gehackt bedrijf of gestolen klantgegevens. Door die stroom berichten ligt volgens de NOS datalekmoeheid op de loer: mensen voelen minder urgentie om hun online privacy te beschermen omdat ze ervan uitgaan dat ze toch wel op straat komen te liggen.
Nederlanders willen wel, maar doen of kunnen niet
Het is niet zo dat we niet beschermd willen zijn. Nederlanders hebben aantoonbaar behoefte aan betere privacybescherming. Alleen handelen ze daar niet altijd naar. Dat is niet verwonderlijk; mensen vinden het volgens de gedragswetenschap nou eenmaal lastig om langetermijngevolgen van onveilig gedrag in te schatten. En dus delen ze online al gauw te gemakkelijk hun persoonlijke gegevens.
Datalekmoeheid verkleint de motivatie voor veilig gedrag verder, want waarom zou je al die moeite doen als er toch weinig aan datadiefstal te doen is?
Oktober is het 'Cyber Security Awareness maand' en vandaag is het de 'Dag van de Digitale weerbaarheid’. Er wordt veel gedaan om mensen en organisaties te leren hoe ze zich tegen datadiefstal beschermen. Hoewel die kennis zeer welkom is, mogen we als maatschappij de verantwoordelijkheid voor online veiligheid niet volledig bij individuen leggen. Het is complexe materie.
Makkelijker is veiliger
Neem antivirussoftware. Vroeger moesten mensen dit zelf installeren en bijhouden, waardoor ernstige virusuitbraken geregeld voorkwamen. Tegenwoordig is antivirussoftware bijna altijd ingebouwd in besturingssystemen. Dat laat zien hoe effectief beveiliging kan zijn wanneer het niet afhankelijk is van voortdurende oplettendheid of technische kennis. Kortom; het werd makkelijker en dus veiliger.
Datzelfde principe moet gelden voor gegevensbescherming. Die moet zo worden ontworpen dat mensen niet steeds zelf ingewikkelde veiligheidskeuzes hoeven te maken. Nu zijn er talloze manieren waarop je je identiteit moet aantonen: met een foto van je paspoort of rijbewijs, een selfie, ingevulde persoonsgegevens, je e-mailadres en soms telefoonnummer, een sms-code, bevestiging via een authenticator-app, een vingerafdruk of gezichtsherkenning. En vaak een combinatie hiervan.
Bovenal: wachtwoorden. Gemiddeld moeten internetters voor 120 verschillende diensten wachtwoorden gebruiken. Dit werkt onveilig gedrag in de hand. Zo heeft slechts een op de vijf Nederlanders afzonderlijke wachtwoorden voor alle accounts en heeft liefst een op de negen een lijstje met wachtwoorden op de computer opgeslagen.
Dat zoveel mensen dezelfde fouten maken is een teken dat systemen niet voldoende rekening houden met menselijk gedrag. Bewustwording blijft belangrijk, maar mag niet onze enige verdedigingslinie zijn. Daarom moeten we digitale diensten zo ontwerpen dat veilig gedrag de eenvoudigste keuze wordt.