Jongeren voelen zich vaker bekeken door videodeurbellen dan ouderen

• Kozijnshop.nl

46% van de jongeren onder de 30 voelt zich bekeken, tegenover 28% van de 60-plussers

Het gebruik van videodeurbellen is de afgelopen jaren toegenomen, maar niet iedereen voelt zich er prettig bij. Opvallend is dat jongere Nederlanders zich vaker bekeken voelen dan ouderen. Dat blijkt uit representatief onderzoek van Kozijnshop.nl, uitgevoerd door PanelWizard onder 1.014 Nederlanders. Volgens Roy de Kleijn, universitair docent cognitieve psychologie en expert op het gebied van kunstmatige intelligentie, kan dit verschil samenhangen met de manier waarop verschillende generaties technologische ontwikkelingen hebben meegemaakt.

Bijna de helft van de jongeren voelt zich bekeken

In totaal geeft 33% van de Nederlanders aan zich bekeken te voelen wanneer zij langs een videodeurbel lopen. Onder jongeren onder de 30 ligt dit percentage met 46% aanzienlijk hoger. Bij 60-plussers heeft slechts 28% dit gevoel.

Ook bij het filmen van privéruimte zijn duidelijke verschillen tussen de generaties zichtbaar. 63% van de Nederlanders onder de 30 jaar vindt het onprettig wanneer de videodeurbel van iemand anders een deel van hun woning of privéruimte kan filmen. Onder 60-plussers ligt dit percentage met 47% een stuk lager.

Hoewel een videodeurbel niet zonder goede reden de woning of privéruimte van anderen mag filmen,¹ neemt dat het gevoel van ongemak niet weg. Volgens De Kleijn is dat niet vreemd: “Het is niet vreemd dat mensen zich ongemakkelijk voelen bij videodeurbellen. Vaak is onduidelijk wat er met de beelden gebeurt en of de voordelen opwegen tegen de nadelen van grootschalig gebruik. Bovendien wordt de regelgeving rondom videodeurbellen in de praktijk lang niet altijd gevolgd.”

Jongeren kijken verder dan het apparaat zelf

Volgens De Kleijn kan een mogelijke verklaring liggen in de verschillende manieren waarop generaties technologische ontwikkelingen hebben meegemaakt. “Het is niet helemaal duidelijk waarom dit verschil bestaat, maar een mogelijke verklaring is dat ouderen technologische vooruitgang anders hebben beleefd. De eerste golf van automatisering in de jaren tachtig en begin jaren negentig leverde bijvoorbeeld geen directe gevaren op en werd over het algemeen gezien als een verbetering.”

Ook kan het meespelen dat jongeren zich bewuster zijn van de verschillende partijen en systemen die betrokken zijn bij een videodeurbel. “Als je een videodeurbel wilt vertrouwen, vertrouw je eigenlijk niet alleen het apparaat. Je moet bijvoorbeeld vertrouwen hebben in de fabrikant, dat er geen achterdeuren in het systeem zitten, in de partij die de beelden opslaat, in de beveiliging van de internetverbinding en in de manier waarop de beelden worden versleuteld,” aldus De Kleijn.

Jongeren kunnen zich daardoor mogelijk bewuster zijn van wat er allemaal komt kijken bij een videodeurbel en wie er toegang kan hebben tot de beelden. Daardoor kunnen zij ook kritischer zijn op de manier waarop hun privacy wordt beschermd.

¹Autoriteit Persoonsgegevens, Gefilmd worden door de camera van een ander huis