Zes op de tien werkgevers gebruiken helemaal geen salarisschalen
De gecorrigeerde loonkloof tussen mannen en vrouwen in het mkb bedraagt 1,4%. In maart van dit jaar was dat nog 1,2%. Achter dat gemiddelde gaan grote verschillen schuil. Zo verdienen vrouwen binnen directiefuncties na correctie gemiddeld 21,5% minder dan mannen. Dat blijkt uit onderzoek van Van Spaendonck op basis van ruim 1,2 miljoen geanonimiseerde loonstroken van 145.000 mkb-bedrijven van Loket.
Zonder correctie bedraagt de loonkloof 10,9%. Mannen verdienen in de onderzochte data gemiddeld €4.103 per maand en vrouwen €3.701, omgerekend naar een 40-urige werkweek.
Een groot deel daarvan is te verklaren door verschillen in werkuren, functies en ervaring. Na correctie voor deze factoren blijft 1,4% over als onverklaarbaar verschil.
Grote verschillen achter het gemiddelde
Binnen de onderzochte functies is de loonkloof het grootst bij verkoopmedewerkers in detailhandel en ambachten: vrouwen verdienen daar gecorrigeerd 5,3% minder. Bij chauffeurs bedraagt het verschil 3,0% in het voordeel van mannen. Bij doktersassistenten is het beeld omgekeerd: vrouwen verdienen daar 7,7% meer.
Ook tussen sectoren zijn duidelijke verschillen zichtbaar. De grootste gecorrigeerde loonkloof wordt gevonden in detailhandel en ambachten (3,7%), gevolgd door overig goederenvervoer (2,9%) en het agrarisch bedrijf (2,7%).
De loonkloof neemt daarnaast toe met de leeftijd. Bij 18- tot 30-jarigen bedraagt deze 0,2%, bij 31- tot 50-jarigen 1,5% en bij medewerkers van 51 tot en met 67 jaar 3,3%.
Een aparte uitschieter is zichtbaar bij directiefuncties. Wanneer alle directiefuncties als één functiegroep worden beschouwd, bedraagt de gecorrigeerde loonkloof 21,5% in het voordeel van mannen.
Mannen- en vrouwenberoepen nog duidelijk zichtbaar
Ook de verdeling over beroepen verschilt sterk. In functies die vaak door vrouwen worden uitgevoerd, zoals secretariaatsmedewerker, frontofficemedewerker, HR-medewerker en schoonmaker, bedraagt het gemiddelde salaris €3.737. In typische mannenberoepen, zoals servicemonteur, metaalbewerker, internationaal chauffeur en projectleider, is dat €3.995.
Marc van Gaal, expert bij Van Spaendonck: “Een gemiddeld verschil van 1,4% lijkt misschien beperkt, maar daarachter gaan veel grotere verschillen schuil. Voor werkgevers wordt het daarom steeds belangrijker dat zij kunnen uitleggen hoe functies worden gewaardeerd en hoe salarissen tot stand komen.”
Zes op de tien werkgevers zonder salarisschalen
Van Spaendonck onderzocht ook het gebruik van salarisschalen. 61,1% van de werkgevers gebruikt voor geen enkele medewerker een salarisschaal, 23,6% werkt met een combinatie en slechts 15,3% verloont alle medewerkers via salarisschalen.
Het verschil tussen werkgevers met en zonder cao is groot. Bij werkgevers zonder cao gebruikt 84,5% helemaal geen salarisschalen. Bij werkgevers met cao is dat 44,1%. Bedrijven zonder cao én zonder salarisschalen zijn vooral te vinden in de zakelijke dienstverlening, groothandel en detailhandel en ambachten.
Bij bedrijven zonder cao is het ontbreken van salarisschalen vooral zichtbaar bij kleine werkgevers: van de bedrijven met 1 tot 10 medewerkers gebruikt 86,1% helemaal geen salarisschalen.
Nieuwe wet maakt beloningsstructuur urgenter
Het nieuwe wetsvoorstel rond loontransparantie schrijft voor dat werkgevers een objectief en genderneutraal systeem voor functiewaardering en -indeling moeten hebben. Een salarisschaal is niet hetzelfde als zo’n systeem, maar het ontbreken ervan kan wel een signaal zijn dat de functie- en beloningsstructuur nog onvoldoende formeel is ingericht.
Van Spaendonck voerde het onderzoek uit in het kader van de campagne ‘Wat moeten we ermee?’, die begin september startte met het thema Loontransparantie. De campagne begint bij een herkenbare vraag van ondernemers: wat betekenen de nieuwe regels voor mijn bedrijf en wat moet ik nu al regelen? Van Spaendonck wil ondernemers daarbij helpen met praktische informatie, inzichten en hulpmiddelen.