Ondernemers weten in grote lijnen wat de nieuwe wet loontransparantie van hen vraagt. Toch is lang niet iedereen er klaar voor. Dat blijkt uit het Proefexamen Loontransparantie van Van Spaendonck, waaraan op 29 oktober 2026 bijna 120 ondernemers en HR-professionals deelnamen. Gemiddeld beantwoordden zij 72 procent van de vragen goed. Over termijnen, ingangsdata en de vraag voor wie de regels gelden, bestaat nog veel onduidelijkheid.
Deelnemers aan het Proefexamen beantwoordden twaalf meerkeuzevragen over praktische situaties: van vacatureteksten en sollicitatiegesprekken tot functiewaardering, informatieverzoeken en rapportage. Marc van Gaal, Directeur Loket (HR- en salaris platform) en deskundig op het gebied van loontransparantie, lichtte na elke vraag toe wat het antwoord voor de praktijk betekent.
De wet is nog niet definitief. Het wetsvoorstel, dat voortkomt uit een Europese richtlijn, moet nog door de Tweede Kamer worden behandeld. Volgens het voorstel gaan de eerste regels naar verwachting op 1 januari 2027 in.
Sterk op de principes
Op de kernprincipes van de wet scoren ondernemers hoog. Bijna iedereen (98 procent) weet dat werknemers niet langer verboden mag worden hun eigen salaris met collega’s te bespreken. Ook weten de meesten dat functies gewaardeerd moeten worden op vaardigheden, inspanningen en verantwoordelijkheden (94 procent).
De meeste deelnemers begrijpen ook dat de regels rond werving gelden voor alle werkgevers, ongeacht hun omvang (87 procent). En 86 procent weet dat de Arbeidsinspectie kan handhaven met een waarschuwing, dwangsom of boete. Gemiddeld werd 72 procent van de vragen goed beantwoord: gemiddeld ruim acht van de twaalf vragen. Daarmee is de groep als geheel redelijk op de hoogte, maar nog niet goed voorbereid.
Minder kennis over de uitvoering
Zodra het concreet wordt, daalt de score. Bij vier van de twaalf vragen gaf minder dan 60 procent het juiste antwoord. Die vragen gingen over termijnen en ingangsdata, over wat er in een vacature moet staan en over de vraag voor wie de regels gelden. Zo wist slechts 22 procent binnen welke termijn een werkgever een informatieverzoek van een werknemer moet beantwoorden. Ook de gefaseerde invoering van de rapportageplicht is voor ruim vier op de tien deelnemers nog niet duidelijk.
Opvallend is dat ondernemers de wet soms strenger inschatten dan hij is, en soms juist ruimer. 43 procent denkt dat het salaris verplicht in de vacature moet staan, terwijl het volstaat om het vóór de salarisonderhandeling te melden. Tegelijk denkt een derde ten onrechte dat uitzendkrachten buiten de regels vallen. Daar lopen ondernemers het risico hun verplichtingen te onderschatten.
Ondernemers hebben vooral praktische vragen
De wet roept bij ondernemers nog veel vragen op. Tijdens het Proefexamen werden vooral vragen gesteld over de vertaling naar de eigen organisatie. Hoe bescherm je de privacy van medewerkers als er maar één of twee mensen in een functie werken? Wat valt precies onder loon? En hoe vergelijk je functies objectief? Ook over werving, de salarisadministratie, het tijdpad en het toezicht willen ondernemers meer duidelijkheid.
Een terugkerende vraag is wie meetelt voor de grens van 100 werknemers. Denk aan flexkrachten, medewerkers in het buitenland of een concern met meerdere bv’s. “Uitzendkrachten zijn gewoon werknemers. Zij vallen onder de regels en tellen bij de inlener mee voor de omvang van de organisatie. Zzp’ers zonder arbeidsovereenkomst vallen er niet onder. Voor loontransparantie geldt dus dezelfde scheidslijn als je al kent: wie werknemer is, telt mee”, aldus Marc van Gaal.
Ingangsdatum nog onzeker
De wet loontransparantie is nog niet definitief. Het wetsvoorstel moet nog worden behandeld in de Tweede Kamer. Daardoor is nog onduidelijk of de wet, zoals nu voorzien, per 1 januari 2027 ingaat.
Ondernemers die zich willen voorbereiden, vinden op de website van Van Spaendonck meer informatie over de wet, met artikelen en tools: vanspaendonck.nl/ondernemen/samen-ondernemen/loontransparantie.
