Verschuivingen vooral zichtbaar in bouw, zorg en zakelijke dienstverlening
In verschillende sectoren gaat een sterke afname van het aantal actieve zzp’ers samen met een opvallend hogere groei van het aantal werknemers in het mkb. Dat blijkt uit een analyse waarin cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zijn gecombineerd met geanonimiseerde gegevens uit Loket. Vooral in de bouwnijverheid, gezondheids- en welzijnszorg en verhuur en overige zakelijke dienstverlening is dit verband zichtbaar.
Sinds 1 januari 2025 controleert de Belastingdienst weer volledig op schijnzelfstandigheid. De combinatie van een sterke uitstroom van zzp’ers en een bovengemiddelde instroom van werknemers kan er op duiden dat een deel van de zzp’ers is gestopt met zelfstandig werken en in loondienst is gegaan.
Sterkste aanwijzingen in bouw, zorg en zakelijke dienstverlening
Voor het onderzoek is per bedrijfstak gekeken naar de ontwikkeling van het aantal actieve zzp’ers tussen Q4 van 2024 en Q4 van 2025. Deze ontwikkeling is vergeleken met de groei van het aantal werknemers bij dezelfde groep mkb-werkgevers.
In drie bedrijfstakken valt de combinatie van beide ontwikkelingen op:
-
- verhuur en overige zakelijke dienstverlening;
- gezondheids- en welzijnszorg;
- bouwnijverheid.
In deze sectoren nam het aantal zzp’ers sterk af, terwijl het aantal werknemers bij mkb-bedrijven harder groeide dan in voorgaande jaren. In zowel de bouwnijverheid als de gezondheidszorg waren in het vierde kwartaal van 2025 ongeveer 20.000 minder zzp’ers actief dan een jaar eerder.
Opvallende groei bij uitzendbedrijven
Binnen de bedrijfstak verhuur en overige zakelijke dienstverlening valt vooral de ontwikkeling bij uitzendbedrijven op. Het aantal werknemers in deze sector steeg in 2025 met 13,76 procent. Dat is ongeveer twee keer zoveel als de gemiddelde groei in voorgaande jaren.
De grootste stijging vond plaats tussen het eerste en tweede kwartaal van 2025. Dit kan erop wijzen dat een deel van de voormalige zzp’ers via uitzend- of detacheringsconstructies is gaan werken.
Niet iedere afname leidt tot meer werknemers
Het patroon is niet in alle sectoren hetzelfde. In de industrie, handel en horeca daalde het aantal zzp’ers procentueel sterk, maar bleef een uitzonderlijk hoge instroom van werknemers bij mkb-bedrijven uit. Mensen die in deze sectoren stopten als zzp’er kunnen hun werkzaamheden hebben beëindigd, naar een andere sector zijn overgestapt of bij organisaties buiten de onderzochte groep werkgevers in dienst zijn gegaan.
In de cultuursector gingen een afname van het aantal zzp’ers en een groei van het aantal werknemers wel samen. De groei van het personeelsbestand week daar echter nauwelijks af van de ontwikkeling in voorgaande jaren. Hierdoor is er minder aanleiding om de hogere instroom specifiek in verband te brengen met de handhaving op de Wet DBA.
Ook zijn er sectoren waarin het aantal zzp’ers juist toenam. Dat gebeurde onder meer in de landbouw, bosbouw en visserij en in vervoer en opslag. Tegelijkertijd groeide ook het aantal werknemers bij mkb-bedrijven in deze bedrijfstakken.
Over het onderzoek
Voor het onderzoek zijn ontwikkelingen in CBS-cijfers per bedrijfstak vergeleken met geanonimiseerde gegevens uit Loket over de personeelsontwikkeling. Voor de personeelsgroei is gekeken naar dezelfde groep werkgevers tussen het vierde kwartaal van 2024 en het vierde kwartaal van 2025. De groei in deze periode is vergeleken met de gemiddelde jaarlijkse groei in voorgaande jaren.