Het ziet er nog niet naar uit dat de Omgevingswet leidt tot een meer samenhangende benadering van de leefomgeving, terwijl dat destijds juist een belangrijke reden was om de Omgevingswet op te stellen. Dat staat in het tweede jaarlijkse reflectierapport van de onafhankelijke Evaluatiecommissie Omgevingswet, met als titel ‘Werk aan de winkel’. Dit rapport is op 10 maart 2026 door minister Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) aan de Eerste en Tweede Kamer gestuurd.
Confettikanon veroorzaakt onoverzichtelijkheid
De evaluatiecommissie constateert dat de wijzigingen in de Omgevingswet rondom vergunningen leiden tot versnippering in plaats van samenhang. De verruimde mogelijkheden van het los aanvragen van omgevingsvergunningen leiden in de praktijk tot het ontstaan van een ‘confettikanon’ van vergunningaanvragen en zodoende tot verlies van overzicht over de leefomgeving. De negatieve effecten daarvan zijn volgens de evaluatiecommissie groter dan vooraf werd voorzien. Daar komt nog bij dat ook in 2025 de afwijkvergunning BOPA populair is. Omdat deze vergunning pas later in het omgevingsplan verwerkt hoeft te worden, kan het veelvuldig gebruik ervan uitmonden in nog meer onoverzichtelijkheid. Dit maakt het lastiger om de samenhang te bewaken.
Sectorale wetsinitiatieven bedreiging voor beoogde integraliteit
De evaluatiecommissie waarschuwt dat ook nieuwe initiatieven voor sectorale wetgeving afbreuk kunnen doen aan integrale belangenafweging en daarmee aan een samenhangende benadering van de leefomgeving. Een voorbeeld is het consultatievoorstel Wet op de defensiegereedheid dat het defensiebelang buiten allerhande vergunningensystemen van de Omgevingswet stelt. De zorg van de commissie ligt niet in het feit dat bepaalde belangen voorrang krijgen. Het knelt omdat belangen dan niet transparant en integraal tegen elkaar worden afgewogen. Zo snel na invoering moet de stelselverantwoordelijke minister volgens de evaluatiecommissie ondermijning van het stelsel voorkomen.
Omgevingswet kent ook winstpunten
De zorg van de evaluatiecommissie laat onverlet dat betrokkenen in het tweede jaar van de Omgevingswet ook winstpunten van de wet zien. Zo worden de mogelijkheden van de kerninstrumenten dit jaar meer benut, met onder meer actualisaties van omgevingsvisies, inhoudelijke omgevingsplanwijzigingen en vaststelling van (ontwerp-)programma’s. Verder heeft het vooroverleg meer structuur gekregen dankzij het werken met zogeheten Intaketafels en Omgevingstafels (met voorbespreking van nieuwe projecten in de leefomgeving) en doen overheden ervaringen op met het ‘anders werken’ onder de Omgevingswet.
Algemene informatie
De Evaluatiecommissie Omgevingswet (EcO) heeft de opdracht gekregen om de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening te adviseren over de werking van de Omgevingswet. De commissie voert haar taken onafhankelijk uit. De commissie bestaat uit: ir. Hetty Klavers (voorzitter), prof.dr.mr. Frank Groothuijse, prof.dr. Michiel Herweijer, drs. Jeroen Niemans, prof.dr.mr. Marleen van Rijswick, ir. Sarah Ros, prof.dr.mr. Hanna Tolsma, en mr. Wienke Zwier. Drs. Bart Swanenvleugel, plaatsvervangend algemeen secretaris van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) is ook secretaris van de evaluatiecommissie. Voor meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/omgevingswet/evaluatie-omgevingswet