Het kabinetsplan om vanaf 2029 de vergoeding voor ongecontracteerde zorg af te schaffen, betekent dat verzekerden straks alleen nog volledige vergoeding krijgen binnen het netwerk van hun zorgverzekeraar. Wie daarbuiten zorg nodig heeft, moet straks de rekening volledig zelf betalen. De vrije zorgkeuze verdwijnt daardoor grotendeels.
Deze verandering kan helpen om de zorgkosten te beheersen en de premie stabiel te houden, maar alleen als zorgverzekeraars hun zorgplicht daadwerkelijk waarmaken. Dat betekent: voldoende zorg inkopen, van goede kwaliteit en toegankelijk voor patiënten. Als dat niet gebeurt, betalen consumenten de prijs niet in geld, maar in langere wachttijden en uitgestelde of zelfs gemiste zorg.
Juist in sectoren waar ongecontracteerde zorg nu veel voorkomt, zoals de geestelijke gezondheidszorg en de wijkverpleging, kiezen mensen vaak niet uit voorkeur maar uit noodzaak voor een aanbieder zonder contract. Als die zorg straks wegvalt zonder dat er voldoende alternatieven zijn, neemt de druk op wachtlijsten verder toe.
Daarmee verandert ook de zorgverzekeringsmarkt. Niet de laagste premie, maar de vraag waar je daadwerkelijk terechtkunt voor zorg wordt doorslaggevend. Transparantie over welke zorg ingekocht is en waar die beschikbaar is, wordt daarmee geen bijzaak, maar een noodzakelijke voorwaarde voor consumenten om een weloverwogen keuze te maken over hun verzekering.