‘Amsterdam, vergeet je haven niet.’ Die oproep deed Hans de Boer, voorzitter van VNO-NCW, vrijdag 24 november tijdens het 72e havengildediner. ‘Niets menselijks is ons vreemd als het je goed gaat, zoals nu met de geweldige komst van EMA. Maar vergeet niet je trouwe haven, die aan de basis ligt van zo ongeveer alles wat Amsterdam en Nederland nu zijn, en die ook in de toekomst een sleutelrol speelt voor de nieuwe maakindustrie en de circulaire economie.’
70.000 banen
De komst van het Europese medicijnagentschap EMA is volgens De Boer een prachtige opsteker voor de Nederlandse positie in de life sciences. Tegelijkertijd moet de regio volgens hem alle economische pijlers blijven koesteren, waaronder juist ook de haven. ‘Het balletje had voor EMA ook de andere kant op kunnen rollen. Het havengebied in het Noordzeekanaal biedt werk aan zo’n 70.000 mensen tegen 39.000 op bijvoorbeeld de Zuidas. Hoe geweldig ook, alle start- en scale-ups, fintech en creatieve bedrijvigheid. De regio heeft ook ondernemingen en banen nodig voor mensen die in de weer willen in de logistiek, de maakindustrie of de maritieme dienstverlening. Dat zit in de haven en haar toekomststrategie. Zo biedt de haven kansen voor onze toekomstige duurzame energievoorziening. Overheden moeten dit fundament van Nederland dan ook alle steun blijven geven en de haven niet vergeten.’
Amsterdam is de 4e mainport van ons land
De Amsterdamse haven is de 4e haven van Europa en is volgens De Boer tegelijk de 4e mainport van ons land samen met Brainport Eindhoven, Rotterdam en Schiphol. Het Regeerakkoord speelt daar goed op in met bijvoorbeeld extra geld voor haveninfrastructuur en onderzoek naar de rol van de haven in de energietransitie. ‘In de lokale en regionale politiek zie je alleen dat men het bredere belang van de haven voor ons land en voor de EU nog wel eens lijkt te vergeten. Dat betekent dat je niet zomaar even een fietsbrug over het IJ kan gaan leggen om al het scheepvaartverkeer te hinderen. Of ondernemers eerst flink laat investeren en daarna onzekerheid creëren door aanpalende woningbouw toe te staan.’