De waterkwaliteit van de Rijn vraagt blijvende aandacht en verdere inspanningen om de belasting met schadelijke stoffen terug te dringen. Dat blijkt uit het vandaag gepubliceerde Jaarrapport 2025 van RIWA-Rijn. Vergunningverlening voor industriële lozingen vormt daarbij de eerste en belangrijkste verdedigingslinie. Juist daar ziet RIWA-Rijn tekortkomingen.
Voor vijf miljoen Nederlanders is de Rijn een belangrijke bron voor drinkwater. In 2025 overschreden 86 gemeten parameters één of meer keer de streefwaarden uit het European River Memorandum. De berekende zuiveringsopgave-index en de voortgang van het 30% reductiedoel laten zien dat verdere inspanningen nodig blijven om de belasting van de Rijn structureel te verminderen.
Het Nederlandse kraanwater is veilig en betrouwbaar. Drinkwaterbedrijven controleren de waterkwaliteit voortdurend en zuiveren het rivierwater waar nodig. Maar het is veel effectiever dat wordt voorkomen dat moeilijk verwijderbare stoffen in de Rijn terechtkomen, dan ze er later bij de drinkwaterbereiding weer uit te halen.
Daarom volgt RIWA-Rijn steeds scherper vergunningprocedures voor nieuwe industriële activiteiten in het Duitse deel van het Rijnstroomgebied. Uit die praktijk blijkt volgens RIWA-Rijn dat de bescherming van de drinkwaterbron op verschillende punten tekortschiet.
“Een vergunningaanvraag is bij uitstek het moment om nieuwe verontreiniging te voorkomen,” zegt Gerard Stroomberg, directeur van RIWA-Rijn. “Als een activiteit eenmaal is toegestaan, wordt het veel moeilijker om de gevolgen voor de Rijn achteraf nog in te perken.”
Vergunning aanvragen is één ding, gevolgen voor de Rijn beoordelen iets anders
RIWA-Rijn ziet dat een nieuwe industriële activiteit kan worden vergund terwijl nog niet volledig duidelijk is welke stoffen uiteindelijk via het afvalwater in de rivier terechtkomen, wat de effecten daarvan zijn en welke grenzen daarvoor zouden moeten gelden.
Dat speelt in het bijzonder wanneer een bedrijf haar afvalwater afvoert naar een centrale afvalwaterzuivering op een industrie- of chemiepark. Het bedrijf kan dan al toestemming krijgen om te starten, terwijl de vergunning voor de uiteindelijke lozing op het oppervlaktewater nog moet worden aangevraagd.
Volgens RIWA-Rijn moeten die onderdelen niet los van elkaar worden beoordeeld. De industriële activiteit, de behandeling van het afvalwater en de uiteindelijke lozing horen bij één keten en zouden daarom ook in samenhang moeten worden beoordeeld en vergund.
Ook kan het ontbreken van Europese waterkwaliteitsnormen of vastgestelde Beste Beschikbare Technieken ertoe leiden dat voor nieuwe opkomende stoffen geen lozingsgrenzen worden opgenomen. RIWA-Rijn ziet onder meer lithium en nieuwe PFAS als voorbeelden.
Inspraak is onnodig moeilijk
Daarnaast blijkt het in de praktijk lastig om vergunningprocedures in het Rijnstroomgebied eenvoudig te volgen. Aanvragen liggen slechts enkele weken ter inzage en de dossiers zijn niet online beschikbaar. Vertegenwoordigers van RIWA-Rijn moeten naar het kantoor van Duitse vergunningverleners reizen om een papieren dossier ter plaatse te kunnen bestuderen. Onderdelen van het dossier zijn niet beschikbaar omdat daarin bedrijfsgevoelige informatie kan staan.
Dat maakt het moeilijk om tijdig en volledig te beoordelen wat nieuwe industriële activiteiten betekenen voor de waterkwaliteit en de drinkwatervoorziening honderden kilometers stroomafwaarts.
Zo ontstaat volgens RIWA-Rijn een ongelijke uitgangspositie: de gevolgen voor de Nederlandse drinkwaterbron moeten wel worden beoordeeld, maar de informatie die daarvoor nodig is, is niet altijd eenvoudig of volledig toegankelijk. In voetbaltermen: Een schone Rijn staat al met 3-0 achter voordat de wedstrijd goed en wel is begonnen.
RIWA-Rijn: maak bronbescherming uitgangspunt
RIWA-Rijn pleit daarom voor een vergunningstelsel waarin de gevolgen voor de waterkwaliteit en de drinkwatervoorziening vanaf het begin volwaardig worden meegewogen. Dat betekent dat industriële activiteit, afvalwaterbehandeling en uiteindelijke lozing integraal worden beoordeeld op hun effect op de rivier.
Daarnaast moeten vergunningaanvragen en relevante milieugegevens in het Rijnstroomgebied tijdig, centraal en digitaal toegankelijk zijn, zodat belanghebbenden zich een goed oordeel kunnen vormen en zo nodig een goed geïnformeerde zienswijze kunnen indienen.
“Wat niet bovenstrooms in de Rijn wordt geloosd, hoeft er benedenstrooms ook niet uit te worden gehaald,” aldus Stroomberg. “Goede en volledige vergunningverlening is daarom een essentieel instrument om de Rijn als onze bron voor drinkwater te beschermen.

