Toezicht en handhaving hebben meer houvast nodig om ambities Omgevingswet te realiseren

• Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI)

De Omgevingswet heeft toezicht en handhaving op activiteiten die het milieu belasten ingewikkelder gemaakt. Dit levert extra risico’s op voor milieu, veiligheid en gezondheid, leidt tot meer onzekerheid voor bedrijven en zet het vertrouwen van de samenleving in de overheid verder onder druk. Dat stelt de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) in zijn advies ‘Toezicht met vertrouwen’ dat vandaag is aangeboden aan minister Elanor Boekholt O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en staatssecretaris Annet Bertram van Infrastructuur en Waterstaat.

Omgevingswet leidt tot veranderingen voor toezicht en handhaving in de praktijk

De Omgevingswet, die sinds 1 januari 2024 van kracht is, legt de verantwoordelijkheid voor het benutten en beschermen van de leefomgeving in de eerste plaats bij burgers en bedrijven zelf neer. Dat is een nieuwe benadering die uitgaat van vertrouwen geven en flexibiliteit bieden om zo ontwikkelingen mogelijk te maken. Vertrouwen geven vraagt tegelijkertijd ook om snel en doeltreffend kunnen optreden als dat nodig is. Toezicht en handhaving hebben daarbij een belangrijke rol. Omgevingsdiensten, bedrijven en bevoegde gezagen geven nu aan dat een aantal veranderingen vanuit de Omgevingswet de rol van toezicht en handhaving onder druk zetten. Het gaat om de ‘milieubelastende activiteit’ als basis voor vergunningverlening, het grotere belang van algemene regels in plaats van vergunningen, de toename in het aantal meld- en informatieplichtige activiteiten, de extra ruimte die de wet biedt voor lokaal maatwerk en de introductie van specifieke zorgplichten met open normen.

Minder overzicht, minder houvast, meer verschillen en vaker achteraf bijsturen

Omgevingsdiensten ervaren dat ze door de veranderingen in de vergunningverlening en het grote aantal meld- en informatieplichten als gevolg van de Omgevingswet minder overzicht hebben op milieurisico’s. De specifieke zorgplichten en open normen geven hen minder houvast bij het beoordelen van risico’s en vragen om extra inzet voor de onderbouwing bij handhaving. Toezichthouders moeten in de praktijk vaak de verschillen in regels tussen gemeenten uitleggen, wat leidt tot meer discussies met initiatiefnemers. En omdat er minder controle vooraf is moeten toezichthouders vaker achteraf bijsturen op activiteiten die al hebben plaatsgevonden. Bedrijven op hun beurt geven onder andere aan hogere administratieve lasten te ervaren door de meld- en informatieplichten en meer onzekerheid door interpretatieverschillen tussen toezichthouders.

Afspraken nodig tussen Rijk, omgevingsdiensten, bevoegde gezagen en bedrijfsleven

De Omgevingswet biedt een stevig fundament om de belangrijke en urgente opgaven in de leefomgeving effectief aan te pakken. De Rli constateert dat de uitvoeringspraktijk wel extra handvatten nodig heeft om de ambities van de wet te helpen realiseren. De Rli vindt dat het Rijk hierover nadere afspraken moet maken met gemeenten, provincies, omgevingsdiensten en het bedrijfsleven. Bij specifieke zorgplichten en open normen moeten deze afspraken meer houvast bieden zodat bedrijven weten of ze het goed doen en zodat toezichthouders effectiever en eenduidiger toezicht kunnen houden en kunnen handhaven. Bij het uitgangspunt ‘decentraal, tenzij’ moet concreter worden gemaakt wanneer er sprake is van ‘tenzij’, om te voorkomen dat regels en keuzes over complexe milieuproblemen op een te laag schaalniveau worden gemaakt en als willekeurig worden ervaren. En er zijn afspraken nodig om de praktijksignalen van toezichthouders beter te benutten bij het opstellen van omgevingsplannen om tot beter uitvoerbaar, ‘toezichtbaar’ en handhaafbaar beleid te komen.

V.l.n.r.: Jan Jacob van Dijk, Rli-raadsvoorzitter, Annet Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, Elanor Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en Hanna Tolsma, Rli-raadslid en voorzitter commissie. Foto: Sjoerd van der Hucht