Dat meer starters gebruikmaken van een starterslening is begrijpelijk in een woningmarkt waar huizenprijzen veel harder zijn gestegen dan inkomens. Maar waar zo'n lening voor individuele starters een uitkomst biedt, heeft het voor de woningmarkt als geheel vooral negatieve gevolgen. Daarom moet de overheid niet aan symptoombestrijding doen, maar een breed pakket aan maatregelen nemen.
Startersleningen stuwen huizenprijzen op
Uit onderzoek van onder andere De Nederlandsche Bank blijkt dat extra financieringsruimte de huizenprijzen op de lange termijn alleen maar verder opdrijven. Met startersleningen kunnen starters via de gemeente geld lenen bovenop hun hypotheek. Deze leningen helpen starters die vandaag hun eerste woning willen kopen om hun woning te financieren, maar maken het toekomstige woningkopers alleen maar moeilijker. Extra leenruimte is dus pure symptoombestrijding.
Fundamentele veranderingen in beleid nodig
De oplossing voor de wooncrisis is niet om mensen steeds meer te laten lenen. Er is een fundamentele verandering nodig in beleid, investeringen én in hoe we als samenleving naar wonen kijken. Dan heb je het over veel maatregelen naast elkaar. Om er maar eens een paar te noemen: het inperken van hypotheekrenteaftrek en het verlagen van de leennormen zodat er minder geleend geld de markt op stroomt. Maar ook het voeren van actief grondbeleid (bijvoorbeeld door middel van een planbatenheffing) en het uitbreiden van het betaalbare huuraanbod.
Daarnaast vraagt het ook een mindset shift, een andere manier van omgaan met en verdelen van de woonruimte die we hebben in Nederland. Want er is dan wel een tekort, er zijn ook heel veel vierkante meters die we nog niet optimaal benutten.