De provincie Noord-Brabant wil de vergunningen van vijf pluimveehouders intrekken vanwege de stikstofproblematiek. De boeren voelen zich geslachtofferd. Dat is deels terecht, omdat de overheid onvoldoende heeft gehandhaafd. Bovendien moet de provincie rekening houden met zorgvuldigheid, vertrouwen en de minst bezwarende oplossing.
De kwaliteit van de natuur in Nederland is slecht; de stikstofuitstoot moet omlaag. De discussie over het intrekken van de vergunningen is vernauwd tot vijf pluimveehouders, die in eerste instantie de kans kregen om met plannen te komen om de uitstoot van stikstof drastisch omlaag te brengen.
Intrekken vergunningen mag juridisch
Noord-Brabant mag juridisch gezien vergunningen intrekken, bijvoorbeeld vanwege nieuwe inzichten over de staat van natuurgebieden en de te hoge belasting. Intrekking van een natuurvergunning (waardoor bedrijven effectief moeten stoppen) kan een passende maatregel zijn om de kwaliteit van de natuur te verbeteren.
Nederland houdt zich aan Europese richtlijn
De Nederlandse jurisprudentie is gebaseerd op de uitleg van de Habitatrichtlijn. Die richtlijn werkt rechtstreeks en verplicht de Nederlandse overheid de kwaliteit van de natuur te verbeteren. Er is echter sprake van stagnatie en soms zelfs verslechtering van de natuurkwaliteit, en dus mag er geen mol stikstof meer bijkomen. Niet alleen de Nederlandse rechter vindt dat, maar vooral de Europese rechter, die Nederland houdt aan de uitvoering van de richtlijn.
Pluimveehouders hebben wel degelijk een punt
De vijf pluimveehouders voelen zich geslachtofferd. Dat is voor een groot deel terecht. Als de Nederlandse overheid goed handhaafde, lag de stikstofuitstoot al behoorlijk lager. Maar dan moet bijvoorbeeld wel Schiphol sluiten. En de afstand tot een Natura 2000-gebied zou 500 meter moeten zijn in plaats van 1000 meter.
De provincie heeft juridisch gezien de plicht de vergunningen in te trekken, omdat dit als een passende maatregel kan gelden. In de jurisprudentie is echter ook aandacht voor het vertrouwensbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel, en bij handhaving moet bovendien de minst bezwarende oplossing worden opgelegd. De pluimveehouders hebben tegenover de provincie dus wel degelijk een punt.