Dat infectieziekten die we traditioneel als 'tropisch' bestempelen zich ook in Europa vaker aandienen, is geen toekomstscenario meer. Door klimaatverandering veranderen de omstandigheden waarin ziekteverwekkers en hun verspreiders – zoals muggen en teken – kunnen overleven.
De gezondheiszorg is nog onvoldoende voorbereid om deze ziekten vroegtijdig te herkennen en verspreiding te signaleren. Een aanpak waarbij verschillende domeinen samenwerken en informatie delen, helpt om nieuwe risico’s zo vroeg mogelijk te signaleren.
De naam ‘tropische ziekten’ voor deze infecties roept vragen op. Die term suggereert dat het om een probleem van elders gaat, terwijl het westnijlvirus laat zien dat de relevante vraag inmiddels is hoe goed Nederland en Europa voorbereid zijn om dergelijke infecties hier te herkennen. Er moet veel eerder in de keten worden gekeken: hoe worden veranderingen gesignaleerd? Hebben zorgprofessionals voldoende kennis om een voorheen zeldzame ziekte te herkennen? Is er voldoende kennis over transmissieroutes en passende diagnostiek? En is duidelijk waar in de leefomgeving nieuwe risico’s kunnen ontstaan?
‘One Health-aanpak’ vereist voor inzicht in infecties
Dat vraagt om een One Health-benadering: de gezondheid van mensen, dieren en de leefomgeving is met elkaar verbonden. Veranderingen in infectierisico’s worden niet zichtbaar binnen één domein, maar juist op het snijvlak van humane gezondheid, diergezondheid en de leefomgeving. Om die veranderingen vroegtijdig te herkennen, moeten signalen uit deze domeinen beter met elkaar worden verbonden.
Voorbereid zijn betekent dus meer dan voldoende bedden, medicijnen en capaciteit in de zorg. Zoals onderzoeker Svetlana Bozrova in het BNR-artikel al opmerkt, zijn goede surveillance, snelle diagnostiek, actuele kennis en informatie-uitwisseling van groot belang. Juist het vroegtijdig herkennen van signalen voordat uitbraken zichtbaar worden, is essentieel. Hiervoor is samenwerking nodig tussen zorg, publieke gezondheid, het veterinair domein, meteorologen, wetenschap en de partijen die de leefomgeving vormgeven.
Geen angst nodig voor elk virus, maar wel tijdige waakzaamheid
Daarnaast kan de samenleving beter worden toegerust met basiskennis over infectieziekten en zoönosen. Als bevolking en professionals bijdragen aan het tijdig herkennen van veranderingen in mens, dier en leefomgeving, kan eerder worden gehandeld.
Er hoeft geen angst te ontstaan voor elk nieuw virus. Ook kunnen niet alle pijlen op de nu al overbelaste gezondheidszorg worden gericht. De echte opgave is vooruit te kijken en deze nieuwe realiteit mee te nemen in de keuzes van vandaag.