'Gemeenten vangen bot bij rechtbank in verzet tegen verdeelbesluit spreidingswet'

• BrandMR

De Rechtbank Den Haag heeft op 24 september 2026 de beroepen van Albrandswaard en Bodegraven-Reeuwijk tegen de herverdeling van de opvangopgave in Zuid-Holland ongegrond verklaard. Voor Albrandswaard blijft de opgave 153 opvangplaatsen: 131 reguliere plaatsen en 22 plaatsen voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Bodegraven-Reeuwijk moet 208 plaatsen realiseren: 108 reguliere plaatsen en 100 plaatsen voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen.

Het college heeft niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van zulke bijzondere omstandigheden dat de minister, in afwijking van zijn beleid, toch had moeten meewegen welke specifieke problemen Albrandswaard ondervindt met het realiseren van de opvangplaatsen.

Geen bijzondere omstandigheden aangetoond in Albrandswaard

In de zaak van Albrandswaard oordeelde de rechtbank dat de minister bij het verdelen van de opvangopgave niet vooraf per gemeente hoeft te onderzoeken of concrete opvanglocaties beschikbaar zijn. De gemeente had volgens de rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat zich zulke bijzondere omstandigheden voordeden dat de minister van zijn beleid had moeten afwijken. Ook de inventarisatie van mogelijke locaties was uit 2023 en was niet toegelicht als actueel ten tijde van het besluit.

Eerdere opvang van Oekraïners geen reden voor vrijstelling in Bodegraven-Reeuwijk 

In de zaak van Bodegraven-Reeuwijk bevestigde de rechtbank dat de gemeente niet werd vrijgesteld van de restverdeling wegens haar eerdere opvang van Oekraïense ontheemden. De rechtbank achtte de door de minister gehanteerde berekeningswijze, waaronder de grens van 200 procent van de indicatieve verdeling, in deze zaak redelijk. De rechtbank wees ook het betoog af dat de bijzondere inzet die amv-opvang (alleenstaande minderjarige vreemdelingen) vraagt tot een andere verdeling moest leiden.