Vier op de tien 15-jarigen lezen onder niveau: leesonderwijs moet uit de technische kramp

• Noordhoff Uitgevers B.V.

“Dat inmiddels bijna 4 op de 10 van onze vijftienjarigen het basisniveau voor lezen niet haalt, is verschrikkelijk. We falen als samenleving. En ja, het tij keren is ontzettend moeilijk, maar we hebben geen keus. We nemen het op tegen schermen en we hebben met z'n allen bovendien het vak lezen te technisch gemaakt. Laten we het plezier in lezen weer centraal zetten. Met rijke teksten in alle lesmethodes, fantastische Nederlandse jeugdliteratuur in de schoolbieb en ja, ook elke dag thuis met elkaar lezen.”

De onlangs gepubliceerde PISA 2025-cijfers laten zien dat de dalende trend in leesvaardigheid genadeloos doorzet. Die harde realiteit dwingt ons om fundamenteel anders naar ons leesonderwijs te kijken. We weten namelijk best wat werkt: leeskilometers maken met goed geschreven, kennisrijke teksten die voldoende uitdaging bieden. Toch blijft het in de waan van de dag moeilijk om die theorie in de praktijk te brengen.

Lezen in alle vakken

Lezen moet een vaste plek krijgen in álle vakken en mag niet langer uitsluitend de verantwoordelijkheid van de taaldocent zijn. Lezen is dé sleutel tot kennisoverdracht. Toch ervaren veel vakdocenten die aandacht voor tekstbegrip nu nog als iets extra’s dat ten koste gaat van hun eigen vakinhoud. Daar moeten we vanaf. Niet voor niets is 'samenhang' een van de speerpunten in het nieuwe curriculum. De nieuwe landelijke kerndoelen bieden ons precies de juiste aanknopingspunten om veel meer in te zetten op leesmotivatie en leesbevordering.

Bewuste inzet van digitale middelen

Daarnaast spelen we een oneerlijke wedstrijd om de aandacht van de leerling. In deze digitale wereld vormt afleiding een enorme sta-in-de-weg voor het maken van de benodigde leeskilometers. Het PISA-onderzoek toont aan dat een kwart van de leerlingen in de les afgeleid raakt door digitale middelen. De helft voelt zich zelfs nerveus als hun scherm niet in de buurt is.

Die digitale wereld blijft het onderwijs uitdagen. Als ontwikkelaars van lesmateriaal merken we dat de roep om het papieren boek de laatste jaren weer groeit, nadat scholen jarenlang juist méér digitaal wilden doen. Gelukkig zien we een kentering: scholen gaan steeds bewuster om met schermen, zoals blijkt uit het landelijke telefoonbeleid. Ook in het lesmateriaal moeten we veel weloverwogener kiezen wat we op papier of digitaal aanbieden. Langere teksten met focus lezen gaat simpelweg beter op papier. Digitaal werken heeft absoluut meerwaarde, maar dan bijvoorbeeld voor het gericht automatiseren van feitenkennis.

Eerlijke leerkansen voor álle leerlingen

De meest pijnlijke conclusie uit PISA 2025 is misschien wel de herbevestiging van de kansenongelijkheid. Thuistaal en het opleidingsniveau van ouders blijven sterk bepalend voor schoolsucces. In Nederland vergroten grote regionale verschillen en verschillen tussen scholen die kloof nog verder. Het is ronduit zorgwekkend dat zo'n grote groep jongeren het basisniveau voor lezen, rekenen en natuurwetenschappen niet haalt en daardoor onvoldoende is voorbereid om volwaardig mee te doen in de maatschappij.

Het vergroten van eerlijke leerkansen is onze belangrijkste opdracht. Dat betekent dat we hoge verwachtingen moeten hebben en de lat voor álle leerlingen even hoog moeten leggen. Iedereen werkt toe naar hetzelfde doel, maar we moeten accepteren dat de ene leerling daar meer ondersteuning en een extra opstapje voor nodig heeft dan de andere. Dat is de best beproefde manier om de leerresultaten van de héle groep te verbeteren.

De leesopgave die PISA 2025 ons stelt, lossen we niet op met wéér een nieuw beleidsplan. Het vraagt om een pact tussen ouders, scholen en leermiddelenmakers om het plezier in lezen weer voorop te zetten. Pas als we thuis, op school én bij het ontwikkelen van ons lesmateriaal de handen ineen slaan, geven we deze generatie de toekomst die ze verdient. Laten we vandaag beginnen met de eerste leeskilometer.