Nederlandse werknemers brengen in 2025 nog steeds een groot deel van de werkdag zittend door. Dat blijkt uit de meest recente analyse van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), gepubliceerd in het najaar van 2025. Werkenden zitten gemiddeld 8,9 uur per werkdag, een niveau dat de afgelopen jaren nauwelijks is gedaald. De gegevens zijn gebaseerd op de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA), een grootschalig onderzoek dat door CBS en TNO gezamenlijk wordt uitgevoerd.
Het grootste deel van de zituren komt voort uit werktijd en woon-werkverkeer, terwijl werknemers daarnaast gemiddeld meer dan drie uur per dag zittend doorbrengen in de vrije tijd. Ondanks eerdere waarschuwingen van onder meer het RIVM blijft het totale zitgedrag vrijwel gelijk aan dat van 2019, toen het gemiddelde op 8,6 uur lag. De nieuwe cijfers bevestigen dat het risico op gezondheidsproblemen voor een grote groep werknemers aanwezig blijft.

Het RIVM rapporteert al meerdere jaren dat langdurig zitten samenhangt met een hogere kans op hart- en vaatziekten, diabetes type 2 en bepaalde vormen van kanker. De organisatie benadrukt dat onvoldoende beweging jaarlijks leidt tot duizenden voortijdige overlijdens, waardoor langdurig zitten wordt gezien als een structurele risicofactor binnen de Nederlandse samenleving.
Daarnaast blijkt uit analyses van de NEA dat een aanzienlijk deel van de beroepsbevolking lichamelijke klachten ervaart. Klachten aan rug, nek en schouders komen veel voor bij mensen die vele uren achter elkaar aan een bureau werken. De toename van hybride werkvormen heeft deze trend versterkt. Werknemers die een groot deel van hun uren thuiswerken, zitten gemiddeld ruim zes uur per werkdag tijdens werktijd, terwijl werknemers die op locatie werken aanzienlijk minder uren zittend doorbrengen.
Werkplekinrichting speelt een rol in het beperken van klachten. Onder meer ergonomische aanpassingen en het gebruik van een passende bureaustoel kunnen bijdragen aan een betere werkhouding. Onderzoek laat zien dat een goed ingestelde werkplek fysieke belasting aanzienlijk kan verlagen, maar dat veel werknemers niet altijd over een geschikte inrichting beschikken of de beschikbare hulpmiddelen onvoldoende benutten.
Verschillen tussen beroepsgroepen blijven grootOnderzoekers geven aan dat de stabiliteit in het zitgedrag samenhangt met veranderingen in werkprocessen. Door de toenemende digitalisering en de groei van kennis- en schermintensieve functies is het aantal taken dat zittend wordt uitgevoerd de afgelopen jaren verder toegenomen. Deze verschuiving maakt dat beweging tijdens de werkdag minder vanzelfsprekend is geworden, waardoor het totaal aantal zituren op lange termijn moeilijk te verlagen blijkt. Bovendien verschilt dit aanzienlijk per sector.
Zo blijkt uit de CBS-cijfers dat werknemers in ICT-beroepen het grootste deel van de werkdag zittend doorbrengen. Zij zitten gemiddeld 7,1 uur per dag tijdens werktijd. Ook administratieve en bedrijfseconomische functies laten hoge zituren zien.
In sectoren waar fysieke arbeid centraal staat, zoals de agrarische sector, horeca en schoonmaak, ligt het gemiddelde beduidend lager. In deze beroepsgroepen wordt tussen de 1,1 en 1,9 uur per werkdag zittend doorgebracht. Het verschil tussen beroepsklassen is daarmee aanzienlijk en relatief stabiel ten opzichte van eerdere meetjaren.
Hybride werkvormen zorgen voor extra verschillen. Werknemers die doorgaans thuiswerken zitten tijdens hun werkdag ruim twee keer zoveel als collega’s die volledig op locatie werken. Deze trend zet zich in 2025 voort en toont volgens onderzoekers aan dat thuiswerkplekken vaak minder geoptimaliseerd zijn voor langdurige belasting.
Effectiviteit van interventies blijft beperktVeel werkgevers investeerden de afgelopen jaren in voorzieningen die beweging tijdens de werkdag moeten stimuleren. Uit eerder onderzoek van Motivaction blijkt echter dat een groot deel van deze voorzieningen, waaronder zit-stabureaus, weinig wordt gebruikt. In veel organisaties worden vergaderingen grotendeels zittend gehouden, terwijl het aantal wandelvergaderingen laag blijft.
Gedragsdeskundigen geven aan dat langdurig zitten moeilijk te doorbreken is. De effecten van te weinig beweging worden pas op langere termijn merkbaar, waardoor werknemers minder snel geneigd zijn hun dagelijkse routine aan te passen. Structurele interventies worden volgens experts noodzakelijk om het zitgedrag daadwerkelijk te verminderen. Daarbij wordt steeds vaker gekeken naar een combinatie van beleidsmaatregelen en ergonomische verbeteringen, waaronder betere werkplekafstelling en bewustwordingscampagnes binnen organisaties.
Binnen de arbeidsmarkt groeit intussen de aandacht voor duurzame inzetbaarheid. Door vergrijzing neemt het belang van gezondheid op de werkvloer toe. Werkplekanalyses laten zien dat ergonomische hulpmiddelen, waaronder verstelbare werkstoelen en dynamische werkinrichtingen, steeds vaker onderdeel worden van arbobeleid. Een neutrale verwijzing naar informatie over ergonomische werkstoelen zoals een bekend merk bureaustoel, wordt door specialisten gezien als een manier om werknemers te begeleiden bij het verbeteren van de eigen werkplek.
Verwachtingen voor 2026Onderzoekers verwachten dat het zitgedrag in 2026 opnieuw vergelijkbare patronen zal laten zien, tenzij organisaties structurele maatregelen nemen. De combinatie van hybride werkmodellen, toenemende digitalisering en beperkte gedragsverandering zorgt ervoor dat de totale zituren naar verwachting hoog blijven.
Gezondheidsorganisaties dringen aan op blijvende aandacht voor het verminderen van zitgedrag. De maatschappelijke kosten van lichamelijke klachten en chronische aandoeningen stijgen, waardoor preventieve maatregelen in toenemende mate worden benadrukt binnen beleidskaders.
De analyses van 2025 onderstrepen dat langdurig zitten een terugkerend thema blijft binnen de Nederlandse arbeidsmarkt. Het CBS en RIVM verwachten dat verdere monitoring noodzakelijk is om inzicht te blijven houden in de ontwikkeling van het zitgedrag en de effecten daarvan op de volksgezondheid.