Sinds 31 juli moeten EU-lidstaten de Europese Right to Repair-richtlijn omgezet hebben in nationale wetgeving. Nederland heeft deze deadline niet gehaald, maar de regels zijn wel een stap richting meer circulariteit. Tegelijkertijd laten andere Europese regels nog ruimte om smartphones zo te ontwerpen dat ze onnodig lastig repareerbaar zijn. Recht op reparatie begint daarom niet bij de werkbank, maar al op de tekentafel.
Regels bieden bedrijven te veel ruimte
De praktijk is nu nog anders. Batterijen zijn vaak stevig verlijmd, voor het demonteren van sommige schroeven is speciaal en duur gereedschap nodig en het losmaken van onderdelen leidt vaak tot schade aan het toestel. Een eenvoudige reparatie kost daardoor meer tijd, geld en moeite dan nodig.
Dit is mogelijk omdat Europese regels voor repareerbaarheid een belangrijke uitzondering bevatten. De Ecodesign-verordening staat toe dat smartphones met een waterbestendige behuizing én een batterij die na 1.000 laadcycli nog minimaal 80 procent van de oorspronkelijke capaciteit behoudt, geen eenvoudig vervangbare batterij hoeven te hebben. En van die ruimte maken bedrijven graag gebruik.
Eerlijke regelgeving, voorwaarden en prijs
Om de doelstellingen van de Europese regelgeving waar te maken, moeten ook deze uitzonderingen opnieuw worden bekeken. Daarnaast moeten professionele refurbishment- en reparatiebedrijven onder eerlijke voorwaarden toegang houden tot onderdelen, reparatie-informatie en diagnostische software.
Maar beschikbaarheid alleen is niet genoeg: repareren moet ook betaalbaar blijven. Als een nieuwe batterij of een vervangend scherm honderden euro's kost, terwijl een ouder toestel nog maar een beperkte dagwaarde heeft, kiezen consumenten logischerwijs eerder voor een nieuw apparaat dan voor reparatie. Alleen dan kunnen consumenten zelf kiezen tussen reparatie, refurbishment of een nieuw toestel, in plaats van dat die keuze wordt bepaald door de prijs of het ontwerp van een apparaat.
Right to Repair als eerste stap
De Right to Repair is daarmee een noodzakelijke eerste stap, maar geen eindpunt. Pas als apparaten repareerbaar worden ontworpen én reparatie betaalbaar blijft, krijgen consumenten echt de keuze tussen reparatie, refurbishment en een nieuw toestel. Zo blijven apparaten langer in gebruik, worden waardevolle grondstoffen behouden en neemt de hoeveelheid elektronisch afval af.
