Inclusief onderwijs is een waardevol uitgangspunt, maar vraagt om maatwerk. Niet voor iedere leerling is onderwijs op een reguliere school passend, voldoende of veilig. Voor een deel van de kinderen blijft specialistische ondersteuning, een aangepaste leeromgeving en specifieke expertise noodzakelijk.
Uit onderzoek van de Algemene Onderwijsbond, CNV Onderwijs en de onderwijsvakbond FvOv onder ruim 9.100 medewerkers in het primair, voortgezet en speciaal onderwijs blijkt dat er binnen de onderwijssector geen breed draagvlak bestaat voor een volledig inclusief onderwijssysteem, waarin het speciaal onderwijs grotendeels verdwijnt. Veel onderwijspersoneel ziet inclusief onderwijs als een mooi ideaal, maar wijst erop dat de randvoorwaarden daartoe vaak ontbreken.
Speciaal onderwijs biedt ondersteuning aan leerlingen die intensieve of specialistische begeleiding nodig hebben. Die aanpak vraagt om kleine groepen, voorspelbaarheid, prikkelarme ruimten, gespecialiseerde begeleiding, nauwe samenwerking met zorg en een pedagogisch klimaat waarin veiligheid en vertrouwen centraal staan. Ook de huisvesting speelt daarbij een belangrijke rol. Volgens HEVO, specialist op het terrein van onderwijshuisvesting, is niet elk schoolgebouw geschikt voor leerlingen met complexe vragen voor ondersteuning.
De trend naar inclusiever onderwijs hoeft daarom niet te betekenen dat speciaal onderwijs verdwijnt. De kennis en ervaring uit het speciaal onderwijs zijn juist nodig om reguliere scholen sterker te maken. Samenwerking tussen regulier onderwijs, speciaal onderwijs, jeugdzorg en gemeenten kan verschillende vormen krijgen als gedeelde voorzieningen, expertisecentra of schoolgebouwen waar kinderen elkaar kunnen ontmoeten zonder dat ze in dezelfde klas zitten.
Voor inclusief onderwijs zijn volgens de ondervraagden voldoende personeel, kleinere klassen, passende ondersteuning en geschikte schoolgebouwen nodig. Zonder die voorwaarden kunnen leerlingen, leraren en scholen overbelast raken. Ook gebouwen moeten aansluiten op behoeften als prikkelarme plekken, goede akoestiek, veilige routing, behandel- en ondersteuningsruimten en flexibiliteit.
De opgave richting 2035 ligt daarmee niet in het afbouwen van speciaal onderwijs, maar juist in het beter verbinden van onderwijssoorten. Inclusie betekent dat kinderen elkaar ontmoeten waar dat kan en specialistische ondersteuning krijgen waar dat nodig is.