Een maximumsnelheid testen op fietspaden is begrijpelijk, maar pakt het onderliggende probleem niet aan. Handhaving op excessen helpt, maar veel ongevallen op het fietspad - zeven op de tien zijn een val zonder botsing - gebeuren in situaties waarbij de snelheid formeel binnen de regels blijft. Het echte probleem is de structurele toename van massa- en snelheidsverschillen van e-bikes, fatbikes en andere lichte elektrische voertuigen (LEV’s) op een infrastructuur die niet is meegegroeid.
Zwaardere en snellere voertuigen (bijvoorbeeld bakfietsen, scooters, fatbikes, vrachtfietsen) verkleinen de marges: bij hogere snelheden is er minder tijd om te reageren. Daar komen nog eens bij: toenemende vergrijzing, de grotere snelheid die zorgt dat er meer kracht vrijkomt bij botsingen, toegenomen afleiding door noise cancelling koptelefoons en minder focus door telefoongebruik. De drukte op fietspaden versterkt al deze effecten. Dat is een gevaarlijke combinatie.
Uit het LEVERAGE-onderzoek van Breda University of Applied Sciences blijkt dat zwaardere voertuigen in overzichtelijke situaties niet automatisch tot meer stress leiden. Maar fietsers richten hun blik wél langer op zwaardere voertuigen, een teken dat ze die als potentieel gevaar herkennen. Het vermoeden is dat dit verandert bij drukte en bij bestuurders die geen oogcontact maken met hun omgeving. Dat verdient verder onderzoek.
Wat ook opvalt: een ruime meerderheid van fietsers steunt maatregelen voor zwaardere LEV's, zoals een helmplicht, minimumleeftijd en een rijbewijs. Dat draagvlak is er dus. Het is aan de overheid om normen te stellen en juridisch handhaafbaar te maken. Maar ook de samenleving heeft een rol: voorrang hebben betekent niet dat je met 25 km/u een kruispunt op kunt razen zonder oogcontact. Als we structureel niets doen, zullen de conflicten op het fietspad alleen maar toenemen.