Geen enkele variant voor een suikerbelasting die het kabinet onderzoekt, combineert gezondheidswinst, een structurele opbrengst, uitvoerbaarheid en juridische houdbaarheid zonder grote onzekerheden en nadelen. Dat concludeert PwC in haar onderzoek naar de uitvoerbaarheid en haalbaarheid van een suikerbelasting in Nederland. Verschillende scenario’s bieden onvoldoende duidelijkheid over de productafbakening, de grenseffecten en de gevolgen voor de administratieve lasten.
FNLI onderschrijft de ambitie om Nederland gezonder te maken. De voedingsmiddelensector werkt daar actief aan, onder meer door de samenstelling van producten te verbeteren en afspraken over verantwoorde marketing na te leven. Ook wil de sector met de overheid afspraken maken over preventie. Gezondheidswinst vraagt om een integrale aanpak, met onder meer aandacht voor gezondere producten, een gezonder consumptiepatroon en een gezonde leefstijl. De voorgestelde suikerbelasting draagt daar volgens FNLI niet effectief aan bij.
Gezondheidsdoel en belastingopbrengst botsen
Het kabinet wil met de belasting het suikergebruik terugdringen en zo de gezondheid verbeteren. Daar staat een fors financieel doel tegenover: vanaf 2030 moet de maatregel het kabinet jaarlijks 900 miljoen euro opleveren om een gat in de begroting te dichten. Dat bedrag komt boven op de opbrengst van de bestaande verbruiksbelasting, die in 2025 633 miljoen euro bedroeg. Het PwC-onderzoek in opdracht van FNLI laat zien dat beide doelen kunnen botsen. Als consumenten door de belasting minder suikerhoudende producten kopen, nemen ook de belastinginkomsten af. Daar komt bij dat hoe meer productcategorieën onder de heffing vallen, hoe complexer en moeilijker uitvoerbaar de regeling wordt en hoe groter de maatschappelijke en economische nadelen.
Suikerbelasting maakt boodschappen duurder
Een brede suikerbelasting maakt boodschappen duurder, terwijl voor vaste voedingsmiddelen niet overtuigend is aangetoond dat zo’n belasting leidt tot structurele gezondheidswinst. Daar staan wel hogere voedselprijzen, extra administratieve lasten en complexe uitvoeringsvraagstukken tegenover. De belasting wordt uiteindelijk betaald door de consument. Onderzoek van RaboResearch liet eerder al zien dat belastingen op suikerhoudende producten kunnen doorwerken in de consumentenprijzen en dat bepaalde producten daardoor 10 tot 20 procent of meer duurder kunnen worden. Daarbij vergroot de belasting het prijsverschil met België en Duitsland, wat grensboodschappen aantrekkelijker kan maken. Hoewel de omvang van dit grenseffect nog onduidelijk is, zal dit ten koste gaan van de beoogde belastingopbrengsten en nadelig zijn voor ondernemers in de grensregio.
Geen variant biedt een werkbare oplossing
PwC heeft varianten voor een bredere suikerbelasting op eetwaren onderzocht en beoordeeld op uitvoerbaarheid, administratieve lasten, handhaving en frauderisico’s. Geen daarvan combineert het gezondheidsdoel, de gewenste opbrengst, uitvoerbaarheid en juridische houdbaarheid zonder grote nadelen en onzekerheden. Het CPB benadrukte recent dat preventiemaatregelen niet alleen moeten worden beoordeeld op mogelijke gezondheidswinst, maar ook op uitvoerbaarheid, doelmatigheid, verdelingseffecten en ongewenste neveneffecten.
Het onderzoek van PwC laat zien dat juist op deze punten belangrijke vragen en onzekerheden bestaan rond de onderzochte varianten van een suikerbelasting. Deze varianten leiden tot hoge lasten voor uitvoering en controle, kunnen fraudegevoelig zijn en kunnen zorgen voor ongelijke belasting van vergelijkbare producten. Ook is onduidelijk hoe hoog de administratieve lasten uitvallen. PwC concludeert daarom dat het gezondheidsdoel scherp geformuleerd moet worden, de uitvoeringslasten actueel en afzonderlijk moeten worden berekend en de voorstellen vooraf moeten worden getoetst aan het Europese recht.
FNLI-directeur Cees-Jan Adema: “De belastingopbrengst is al ingeboekt, maar overtuigend bewijs voor gezondheidswinst ontbreekt. Een effectieve, uitvoerbare en juridisch houdbare variant ligt niet op tafel. Productinnovatie, voedseleducatie en consumentenvoorlichting bieden betere mogelijkheden om een gezonder voedingspatroon te stimuleren. Daarmee is meer duurzame gezondheidswinst te behalen, met minder maatschappelijke en economische nadelen.”
Het volledige rapport is te downloaden via https://fnli.nl/onderzoeksuikerbelasting
