De verruiming van het kostenverhaal is geen verkapte planbatenheffing. Het gaat om het verhalen van concrete publieke kosten die gebiedsontwikkeling mogelijk maken zoals infrastructuur, openbare voorzieningen en planvorming; niet om een generieke belasting op waardestijging. Een planbatenheffing is iets anders: een algemene afroming van waardestijging die losser staat van specifieke kosten. Dat onderscheid doet ertoe.
Publieke waardesprongen ontstaan vooral door publieke besluiten en publieke investeringen. Het is dan logisch én juridisch verdedigbaar dat een deel van die waardesprong wordt ingezet om publieke kosten te dekken, in plaats van volledig bij grondeigenaren neer te slaan.
De vrees dat gebiedsontwikkeling stilvalt als grond op gebruikswaarde wordt ingebracht, zoals hoogleraar Bouwrecht Arjan Bregman zegt, is te zwart-wit. In veel gebieden blijft de ontwikkelruimte ruim voldoende; wat vooral wordt begrensd zijn excessieve grondprijzen die publieke voorzieningen nu vaak onbetaalbaar maken.
Het echte risico zit niet in het instrument, maar in het overgangsrecht. Zonder duidelijke spelregels ontstaat onzekerheid, speculatie en een mogelijke run op grondposities. Met zorgvuldige borging en aandacht voor constructies zoals optiecontracten, kan aangescherpt kostenverhaal doen waarvoor het bedoeld is: publieke kosten beter dekken en gebiedsontwikkeling toekomstbestendig maken.
Het is geen wondermiddel, maar wel een noodzakelijke stap om grondprijzen realistischer te maken, publieke voorzieningen beter te borgen en gebiedsontwikkeling robuuster te organiseren.