Thom Snaphaan
De landelijke projectleider woninginbraken bij de politie moedigt iedereen aan om een videodeurbel te kopen én die te laten registreren. Dat zou woninginbraken helpen voorkomen en het zou de politie helpen om verdachten van criminele activiteiten op te sporen. Maar daar is nog onvoldoende bewijs voor.
Het is aannemelijk dat criminelen worden afgeschrikt door een videodeurbel. Of dat zo is weten we echter niet zeker. Theoretisch klinkt het logisch, maar er is nog geen onderzoek uitgevoerd naar de effectiviteit van deze interventie. Voor hetzelfde geld vormt het geen barrière voor potentiële inbrekers of anticiperen ze erop, bijvoorbeeld door een bivakmuts op te zetten.
Dat de politie iedereen adviseert om een videodeurbel aan te schaffen is dan ook voorbarig. Vergelijk het met een medicijn; je gebruikt het pas als bewezen is dat het werkt. Het is opmerkelijk om dingen alleen te doen omdat we dénken dat ze goed werken. Dat moet meer op kennis gebaseerd worden.
Kennisinstituten moeten daarom in samenwerking met de politie onderzoek doen naar de effecten van videodeurbellen. Er zijn al initiatieven die daar ruimte voor bieden, zoals het politie-onderzoeksprogramma rond evidence based policing. Het bespaart tijd en geld als er geen geheel nieuwe programma’s opgezet hoeven te worden.
Primaire en secundaire effecten
Het debat over videodeurbellen wordt nu voorgesteld als een simpel ‘politie versus privacy-experts’. De politie stimuleert de deurbellen, privacy-experts willen dat je terughoudend bent. Maar het is gecompliceerder en veelzijdiger dan dat.
Veiligheid gaat bijvoorbeeld niet alleen om werkelijk gepleegde criminaliteit, maar ook over het gevoel van veiligheid. In onze relatief veilige samenleving is dat minstens zo belangrijk. Denk bijvoorbeeld aan de gevolgen van surveillance in de relationele sfeer. Verandert een relatie als je ineens weet wat je partner of kind allemaal uitspookt? En wat zijn de nieuwe risico’s die geïntroduceerd worden door de inzet van deze technologie, zoals digitale inbraken op de technologie?
In onderzoek moet dus zowel naar de primaire (het voorkomen of oplossen van inbraken, en het veiligheidsgevoel) als naar de secundaire effecten (de ruimere effecten op individuen en de samenleving als geheel) worden gekeken.
Dit is een origineel bericht van Avans Hogeschool
Ga naar alle berichten van deze organisatie.