De belastingheffing in box 3 blijft onderwerp van discussie nu opnieuw wordt gekeken naar het wetsvoorstel voor belasting op werkelijk rendement. In het huidige stelsel wordt gewerkt met een forfaitaire heffing op vermogen. Het wetsvoorstel dat recent door de Tweede Kamer is aangenomen, gaat uit van belasting op het daadwerkelijke rendement, inclusief inkomsten én waardeontwikkeling. Vooral dat laatste onderdeel stuitte op veel kritiek, omdat belastingplichtigen dan belasting betalen over nog niet gerealiseerde inkomsten. Toch werd het voorstel op 12 februari 2026 door de Tweede Kamer aangenomen. Nog voordat de Eerste Kamer zich erover kan buigen, kondigde minister Heinen op 25 februari aan dat hij samen met staatssecretaris Eerenberg het wetsvoorstel opnieuw wil bekijken.
Eerenberg gaf daar snel vervolg aan. Op 6 maart informeerde hij beide Kamers dat hij in de toekomst liever toewerkt naar een volledige vermogenswinstbelasting. Daarmee wil hij voorkomen dat belasting wordt geheven over nog niet gerealiseerde inkomsten.
Tegelijkertijd benadrukt hij dat een aangepast box 3-stelsel per 1 januari 2028 moet worden ingevoerd, omdat langer uitstel volgens hem te kostbaar is voor de schatkist. Eerst wil hij het huidige wetsvoorstel verbeteren en daarna onderzoeken of een vermogenswinstbelasting haalbaar is. Eerder was nog aangegeven dat het wetsvoorstel uiterlijk 15 maart 2026 door de Tweede Kamer moest worden behandeld, zodat de Belastingdienst de systemen tijdig kon aanpassen. Nu opnieuw vertraging ontstaat, is het de vraag of en wanneer de nieuwe box 3-heffing daadwerkelijk kan ingaan.
In de tussentijd kunnen belastingplichtigen mogelijk kiezen tussen een forfaitaire heffing en belasting op basis van het werkelijke rendement. Dat kan op korte termijn gunstig uitpakken voor met name vermogende belastingplichtigen. Tegelijk zorgt de voortdurende onzekerheid over de regels voor problemen op de langere termijn. Als beleggers belasting moeten betalen over ongerealiseerde resultaten, kan dat ertoe leiden dat zij een deel van hun vermogen liquide moeten houden om een belastingaanslag te kunnen voldoen. Zulke belangrijke financiële keuzes maken mensen liever op basis van duidelijk en stabiel beleid.