Het kabinet heeft aangekondigd het minimumjeugdloon per 1 januari 2027 fors te verhogen voor jongeren van 16 tot en met 20 jaar. De verhoging wordt stapsgewijs ingevoerd per leeftijdscategorie. Uit onderzoek van Van Spaendonck, gebaseerd op de verloningsgegevens van ruim 100.000 jongeren, blijkt dat het effect van deze maatregel beperkt blijft tot slechts 36% van de jeugdige medewerkers.
Overgrote meerderheid verdient al boven minimum
Op dit moment verdient circa 87,5% van de jongeren van 15 tot 21 jaar boven het huidige minimumjeugdloon, terwijl slechts ongeveer 12,5% precies op het minimum zit. Na de verhoging op 1 januari 2027 blijft ruim 64% nog steeds boven het (nieuwe) minimumloon zitten. 36% zit dan op het nieuwe minimumjeugdloon. Het grootste deel van de jongeren lijkt dus niet direct te profiteren van de maatregel.
De reden dat veel jongeren nu al (en straks ook nog) boven minimumloon zitten, is omdat veel cao’s jeugdschalen hanteren die hoger zijn dan het landelijk minimumjeugdloon, ook in de nieuwe situatie.
Sector- en cao-effecten verschillen sterk
De impact van de wetswijziging verschilt per sector en cao. In sommige sectoren, zoals horeca, grootwinkelbedrijven en detailhandel, is het aantal jeugdige medewerkers groot (37% tot 40%). Bij grootwinkelbedrijven zit nu 35% van de medewerkers op het minimumjeugdloon. Zij profiteren het meest van deze maatregel. Daarnaast zit nog 39% tussen het huidige minimumjeugdloon en het nieuwe minimumjeugdloon. Ook in de detailhandel en bakkerijen maken jongeren grote salarisstappen door deze maatregel.
In de horeca verdient nu ruim 97% boven het minimumloon. Bij de verhoging van het minimumjeugdloon blijft dit nog steeds 86%. Hier lijkt de maatregel het minste effect te hebben.
“Veel sectoren betalen jongeren nu al meer dan het wettelijke minimum om aantrekkelijk te blijven op een krappe arbeidsmarkt,” aldus Van Spaendonck. “Daardoor zien we grote verschillen tussen sectoren in de impact van deze maatregel.”
Effecten binnen bedrijven en sectoren onzeker
De maatregel kan ertoe leiden dat medewerkers met minimumjeugdloon op gelijk salarisniveau komen met medewerkers met een hogere leeftijd of meer senioriteit. Dit kan tot gevolg hebben dat er discussie ontstaat over salarisschalen aan de cao-tafel of binnen bedrijven. Werkgevers kunnen ervoor kiezen om salarisschalen van meer senior medewerkers ook te verhogen om onderlinge verschillen intact te houden, maar dat brengt extra loonkosten met zich mee.
Ook is onzeker hoe sectoren reageren die jongeren bewust meer betaalden om een voorkeurspositie op de arbeidsmarkt te behouden. Wanneer andere sectoren hun lonen sterker verhogen, kan dit leiden tot verschuivingen in aantrekkelijkheid tussen sectoren.
Onderzoek gebaseerd op scenario’s
De analyse van Van Spaendonck is gebaseerd op huidige salarisgegevens en scenario’s met de nieuwe minimumloonpercentages vanaf 2027. Omdat toekomstige cao-afspraken en loonontwikkelingen nog onbekend zijn, blijven de exacte effecten voorlopig onzeker.