Immaterieel erfgoed in de schijnwerpers: voorselectie Unescolijst bekend

• Raad voor Cultuur

Vanavond maakt de Raad voor Cultuur in een adviesbekend welk immaterieel erfgoed kansrijk is om te worden opgenomen op UNESCO's 'Representatieve lijst van het immaterieel cultureel erfgoed van de mensheid'. Het gaat om een breed palet van vijf zogeheten 'erfgoedelementen' die worden beoefend in Nederland. Het is aan de nieuwe minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Rianne Letschert om een besluit te nemen over de voordracht ter nominatie bij UNESCO in 2027. De raad maakte de voorselectie op verzoek van haar ambtsvoorganger.

Immaterieel erfgoed is levend erfgoed. Het wordt beoefend, geborgd en gekoesterd door mensen en blijft zich met de tijd mee ontwikkelen. De opname op UNESCO's 'Representatieve lijst van het cultureel immaterieel erfgoed van de mensheid' biedt een belangrijke vorm van erkenning en daarmee borging. Voor de nominatieronde van 2027 selecteerde de raad vijf zeer uiteenlopende, maar allemaal even kansrijke erfgoedelementen, variërend van festiviteiten tot ambachten en leefculturen.

Het gaat, in alfabetische volgorde, om:

  • De herdenking en viering van het Leidens Ontzet 1574. (Beeld: De Geuzenintocht 2025. Foto: Andor Kranenburg / 3 October Vereeniging).

  • Heggenvlechten (Beeld: Heggenvlechters aan het vlechten in 2008. Foto: Stichting Heg en Landschap).

  • Het Fanfareorkest (Beeld: Jeugd Fanfareorkest Concordia. Foto: Sebastiaan Koning)

  • Pride Amsterdam (Beeld: Pride Walk Amsterdam 2018. Foto: Pride Amsterdam)

  • Woonwagencultuur (Beeld: Saamhorigheid. Foto: Vereniging Behoud Woonwagencultuur Nederland)

Hoe het werkt

Mensen bepalen zelf of iets tot hun immaterieel erfgoed behoort en of ze het willen aanmelden voor de 'Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland'. Alleen erfgoed dat is opgenomen in deze inventaris mocht de raad in aanmerking nemen. Bovendien moesten de beoefenaars van het erfgoed zelf aangeven dat ze genomineerd willen worden. Het is verder noodzakelijk dat ze goed georganiseerd zijn en actief willen en kunnen bijdragen aan het eventueel samenstellen van een nominatiedossier.

Om dit te achterhalen heeft het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (KIEN) een uitvraag gedaan bij alle erfgoedbeoefenaars uit de inventaris. Op basis daarvan zijn 32 kandidaten aan de raad voorgelegd. Voor de selectie heeft de raad gebruikgemaakt van de criteria uit het UNESCO-verdrag, enkele voorwaarden gesteld door het Ministerie van OCW en eigen overwegingen.

De door de raad voorgeselecteerde erfgoedelementen die de minister uiteindelijk niet voordraagt bij UNESCO, kunnen in een volgende voordrachtsronde geen rechten ontlenen aan het raadsadvies. Hier geldt: nieuwe ronde, nieuwe kansen - voor iedereen.

Het verdrag

UNESCO's Verdrag inzake de Bescherming van Immaterieel Cultureel Erfgoed bestaat sinds 2003 en heeft als doel om wereldwijd gebruiken, rituelen, tradities, sociale praktijken, ambachten en andere vormen van immaterieel erfgoed te beschermen, te ontwikkelen en de beoefening ervan door te geven aan volgende generaties. Alle staten die het verdrag hebben geratificeerd dienen hieraan mee te werken. Het Koninkrijk der Nederlanden is sinds 2012 partij bij het verdrag.

Eerder zijn vanuit het Europese deel van ons Koninkrijk met succes vijf erfgoedelementen voor internationale erkenning genomineerd: het ambacht van molenaar (2017); de corsocultuur (2021); de valkerij (2021); het zomercarnaval in Rotterdam (2023); en de traditionele bevloeiing van grasland (2023).

Deskundigencommissie

Een tijdelijke commissie van deskundigen heeft het raadsadvies voorbereid: Sophie Elpers (voorzitter), Peggy Brandon, Hester Dibbits, Nicole van Dijk, Felix Havenith en John Olivieira-Siere, tevens raadslid.