Wat geven ouders door aan hun kinderen? Wellicht geld, maar ook verwachtingen, gewoonten, kansen en zorgen. En hoe kun je patronen die samenhangen met armoede en ongelijkheid doorbreken? Een nieuw onderzoek van Maastricht University en Avans Hogeschool laat zien hoe sociaaleconomische en gezondheidsverschillen van generatie op generatie kunnen doorwerken – intergenerationele overdracht genoemd – en waar mogelijkheden liggen om die overdracht te doorbreken.
Het onderzoek Kansen creëren & patronen doorbreken laat zien dat intergenerationele ongelijkheid niet door één oorzaak ontstaat. Financiële omstandigheden, psychosociale factoren, sociaal kapitaal en socialisatie kunnen elkaar versterken. Ook de omgeving waarin mensen opgroeien en leven speelt een belangrijke rol. Daarmee ligt de oplossing niet alleen bij gezinnen zelf, maar ook bij de manier waarop beleid, zorg en onderwijs zijn ingericht.
Een opvallende uitkomst van het onderzoek is dat deze overdracht geen eenrichtingsverkeer is van ouder naar kind: zowel overdracht als de doorbraak daarvan kunnen ook plaatsvinden van grootouders naar kinderen, of van kinderen naar ouders.
Ervaringskennis als onderdeel van onderzoek
Een bijzonder aspect van het onderzoek is de manier waarop mensen met geleefde ervaring met intergenerationele ongelijkheid bij het onderzoek zijn betrokken. Naast onderzoekers en professionals werkten mensen met geleefde ervaring mee als co-onderzoeker. Hun ervaringen waren niet alleen input voor het onderzoek, maar vormden een perspectief van waaruit de aanbevelingen zijn ontwikkeld. Hun verhalen werden steeds verbonden met inzichten uit theorie, de praktijk en het beleid. Hierdoor ontstond beter zicht op hoe intergenerationele ongelijkheid er in het dagelijks leven uitziet en hoe beleid, hulpverlening en maatschappelijke omstandigheden daarop kunnen ingrijpen.
De resultaten zijn daarom bewust vastgelegd in een verhalenbundel. Hierin worden geleefde ervaringen verbonden aan reflecties van professionals en beleidsmakers. De verhalen laten zien hoe thema's als armoede, gezondheid en kansenongelijkheid in het dagelijks leven zichtbaar zijn en hoe mensen patronen hierin proberen te doorbreken.
Daarmee raakt het onderzoek aan een bredere vraag: wat gebeurt er als wetenschappelijke kennis en professionele expertise worden aangevuld met de kennis van mensen die zelf met deze patronen leven? De onderzoekers en co-onderzoekers laten zien dat die verschillende perspectieven elkaar kunnen aanvullen en nieuwe inzichten kunnen opleveren voor beleid, onderzoek en praktijk.
Van onderzoek naar persoonlijke verhalen
Juist de persoonlijke verhalen maken de wetenschappelijke bevindingen concreet. In de verhalenbundel komen verschillende perspectieven samen: van mensen met ervaringskennis tot onderzoekers en professionals.
Zo laat dit onderzoek zien dat de scheidslijn tussen professiona’ en ervaringsdeskundige niet altijd scherp te stellen is - en juist daar waardevolle inzichten kunnen ontstaan. Want waar professionals, onderzoekers en mensen met ervaringskennis in onderzoek vaak worden benaderd als afzonderlijke groepen, blijkt dat wie zich beroepsmatig inzet voor het terugdringen van gezondheids- en sociaaleconomische verschillen vaak zelf ook persoonlijke ervaringen met intergenerationele overdracht heeft. Zo heeft Gera Nagelhout, als lector van Avans Hogeschool en bijzonder hoogleraar van Universiteit Maastricht betrokken bij dit onderzoek, als kind geldproblemen en gezondheidsproblemen meegemaakt. Haar moeder Hermijn vertelt hierover in de verhalenbundel.
Dat biedt ruimte voor een journalistiek verhaal dat verder gaat dan de onderzoeksresultaten alleen. Betrokken onderzoekers, co-onderzoekers en andere deelnemers aan het onderzoek kunnen vanuit hun eigen perspectief vertellen wat intergenerationele overdracht in de praktijk betekent, welke patronen zij zien en wat volgens hen nodig is om die patronen te doorbreken. Afhankelijk van de invalshoek van het verhaal kan daarbij worden ingezoomd op een persoonlijk verhaal, de waarde van ervaringskennis voor onderzoek of juist de vertaling van de onderzoeksresultaten naar beleid en praktijk.
De verhalenbundel wordt op dinsdag 6 oktober 2026 in Den Haag overhandigd aan Frances Diepstraten, waarnemend directeur-generaal Sociale Zekerheid en Integratie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De bundel kan onder embargo worden ingezien, zie PDF.
