Iets meer dan de helft (57 procent) van de artsen buiten het ziekenhuis heeft binnen zijn organisatie een formeel inspraakorgaan, zoals een medische staf. Maar als zo’n medische staf er is, vindt 43 procent dat deze onvoldoende invloed heeft. Dat blijkt uit de Loopbaanmonitor Artsen in Loondienst 2025 van de LAD, waaraan bijna 1.600 artsen meewerkten. Volgens LAD-voorzitter Suzanne Booij is inspraak essentieel voor het werkplezier en het leveren van goede zorg. “Daarom willen we in cao’s vastleggen dat artsen worden gefaciliteerd bij het oprichten of professionaliseren van een inspraakorgaan.”
In 2022 lanceerde de LAD samen met de Federatie Medisch Specialisten en De Jonge Specialist de Loopbaanmonitor Medisch Specialisten: een periodiek onderzoek dat inzicht geeft in de loopbaan van medisch specialisten (in opleiding). De monitor leverde zulke nuttige uitkomsten op dat de LAD een soortgelijke monitor heeft ontwikkeld voor alle overige aios en artsengroepen. Die monitor is begin 2025 uitgezet onder alle extramurale a(n)ios, klinisch technologen en geneeskundig specialisten in dienstverband die niet als medisch specialist werkzaam zijn.
Positionering
“Uit de uitkomsten blijkt dat er qua positionering nog het nodige is te verbeteren”, zegt Booij. “In vrijwel alle ziekenhuizen is de positionering van artsen goed verankerd via medische staven. Ook in ggz-instellingen is dit steeds meer gemeengoed. Buiten ziekenhuizen ligt dat nog anders, zo laat deze loopbaanmonitor zien. We weten uit ervaring dat als artsen structureel worden betrokken bij strategische beslissingen in hun instelling, dat leidt tot een grotere loyaliteit en meer werkplezier. Bovendien leidt het in onze ogen tot betere zorg.”
Uit de loopbaanmonitor blijkt dat vier op de tien basisartsen en aios niet weet niet of er formele positionering is. En onder hen die aangeven dat er geen formele positionering is, vindt 41 procent dat wél wenselijk. “Het is dus belangrijk dat alle artsen al in hun opleiding het belang van positionering meekrijgen en dat zorginstellingen artsen de mogelijkheid bieden dit goed te organiseren. We willen hierover in cao’s goede afspraken maken en bijvoorbeeld vastleggen dat artsen worden gefaciliteerd bij het oprichten/professionaliseren van een inspraakorgaan. Dat kan onder meer door het traject ‘Arts aan de bestuurstafel’ te faciliteren; de LAD heeft dit eenjarige traject speciaal ontwikkeld voor artsen die een inspraakorgaan willen oprichten of verder willen professionaliseren.
Bevlogenheid en werkdruk
Een andere conclusie uit het rapport is dat 80 procent bevlogen zijn werk doet. “Dat betekent echter ook dat dit voor eenvijfde van de artsen buiten het ziekenhuis niet het geval is en dat vinden we best veel”, zegt Booij. Naast inspraak en zeggenschap over het werk is ook de werkdruk onderzocht: nog niet de helft van de geneeskundig specialisten (slechts 41-46 procent) is tevreden tot zeer tevreden met de ervaren werkdruk. Aios zijn iets positiever (61 procent (zeer) tevreden). Regeldruk, administratieve lasten en de hoeveelheid taken en patiënten zijn de belangrijkste factoren die bijdragen aan de ervaren werkdruk.
Overwerk en inkomen
Uit de loopbaanmonitor blijkt verder dat artsen meer uren werken dan contractueel is afgesproken. Van de artsen met een contract van maximaal 32 uur, werkt 60 tot 75 procent over. Bij artsen die meer dan 32 uur werken is dat 46-55 procent. Eenderde van de geneeskundig specialisten (in opleiding) die overwerkt, wordt niet gecompenseerd in tijd en/of geld.
Ook het inkomen is een bron van onvrede, zo concluderen de onderzoekers. Onder aios is een op de drie ontevreden tot zeer ontevreden. Naarmate de loopbaan vordert, neemt de tevredenheid over het inkomen toe. Van de geneeskundig specialisten is 57 tot 69 procent tevreden tot zeer tevreden.
Beleidsaanbevelingen
Er is een groot tekort aan personeel in de zorg, en de verwachting is dat dit tekort de komende jaren nog verder toeneemt, zeker voor specialismen buiten de ziekenhuizen. “Het is daarom van groot belang om te zorgen voor aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden”, benadrukt Booij, “zodat de instroom van nieuwe artsen kan worden bevorderd en we de huidig werkzame artsen behouden.”
Uit deze loopbaanmonitor komen voornamelijk beleidsaanbevelingen voort voor werkgevers. Maar artsen kunnen ook zelf hun werksituatie beïnvloeden. Booij: “Uit de resultaten van ons project-Gezond en veilig werken blijkt dat de belangrijkste aanbeveling voor artsen is om te blijven investeren in de eigen duurzame inzetbaarheid en die van de groep, om zo samen de regie te pakken over de werksituatie en het teamklimaat. Dit zou net zo normaal moeten zijn als het blijvend investeren in vakkennis. Behoud van bevlogenheid is daarom een van de belangrijkste speerpunten van de LAD.”
De volledige Loopbaanmonitor Artsen in Loondienst lees je via deze link.