De enorme investeringen in kunstmatige intelligentie (AI) kunnen de rente op lange termijn omlaag duwen. Dat komt omdat AI de productiviteit kan verhogen en daarmee ook de overheidsfinanciën versterken. Dat stelt kredietverzekeraar Allianz Trade in het rapport ‘Hoe de AI-supercyclus de wereldwijde rentetarieven hervormt’.
“AI is niet langer alleen een verhaal voor technologiebedrijven en aandelenbeurzen. De investeringsgolf heeft gevolgen voor economische groei, inflatie, overheidsfinanciën en uiteindelijk ook voor de rente”, zegt Johan Geeroms, Director Risk Underwriting Benelux bij Allianz Trade. “Voor Europa is vooral de relatief stabiele uitgangspositie een voordeel. De productiviteitswinst van AI is hier waarschijnlijk kleiner dan in de Verenigde Staten, maar onze overheidsfinanciën zijn minder afhankelijk van het slagen van de AI-boom.”
VS krijgt drie keer zoveel extra groei
Allianz Trade rekent in een gunstig scenario op bijna 5 procentpunt extra economische groei in de VS over een periode van tien jaar. Voor de eurozone is dat ongeveer 1,6 procentpunt. Toch is het uiteindelijke effect op de rente vrijwel gelijk. Allianz Trade gaat zowel voor de VS als de eurozone uit van een daling van de rente (op termijn) van ongeveer 45 basispunten.
De verklaring ligt vooral bij de overheidsfinanciën. Geeroms: “AI maakt de economie productiever. Hoe hoger de groei des te meer belastinggeld de overheid ontvangt. Daardoor wordt de overheidsschuld beter houdbaar. Beleggers vragen dan minder compensatie voor het risico van langlopende staatsobligaties. Dat drukt dan weer de kapitaalmarktrente.”
Europa heeft daarbij een voordeel, volgens Geeroms. “De overheidsschuld in de eurozone (met uitzondering van Frankrijk en België) ontwikkelt zich hier veel stabieler dan in de VS. Daardoor is in Europa minder extra groei nodig om uiteindelijk een vergelijkbare verlaging van de rente krijgen als in de VS. Amerika heeft die grotere AI-groeispurt veel harder nodig om de oplopende overheidsschuld te compenseren.”
Maar zover is het nog niet. De eerste fase van de AI-golf kan juist voor hogere rentes zorgen. “Kijk naar de enorme investeringen in chips, servers, datacenters en elektriciteitsnetten. Een groot deel van dat geld wordt geleend. Extra vraag naar kapitaal stuwt de rente juist eerst omhoog. Dat effect is in de VS veel sterker, omdat de AI-investeringsgolf daar vele malen groter is dan in de eurozone.”
Verschil VS - Europa
Daarbij is er volgens Geeroms tussen Europa en de VS wel een verschil. “Omdat Amerika veel meer investeert in AI dan Europa, is de vraag naar kapitaal ook vele malen groter. Hierdoor kan AI de Amerikaanse lange rente in eerste instantie sterker opdrijven. Tegelijkertijd zijn de overheidsfinanciën kwetsbaarder. Daardoor is de VS sterker afhankelijk van AI-productiviteitswinst om de oplopende overheidsschuld beter houdbaar te maken. De landen in Europa krijgen weliswaar minder extra groei van AI, maar heeft door zijn stabielere schuldontwikkeling ook minder extra groei nodig om de overheidsfinanciën te versterken. Dat verklaart waarom het uiteindelijke neerwaartse rente-effect in Europa toch bijna even groot kan zijn als in de VS.”
Geeroms wijst ook op de obligatiemarkt. “Amerikaanse technologiebedrijven halen op grote schaal geld op om hun AI-investeringen te financieren. Dat kan de Amerikaanse lange rente opdrijven. In Europa speelt dat veel minder. In euro's uitgegeven AI-schuld maakt volgens onze researchafdeling tot nu toe maar 1% uit van de markt voor bedrijfsobligaties. De AI-golf veroorzaakt daardoor in de VS veel grotere bewegingen in de lange rente dan in Europa.”
Hoeveel levert het op?
Uiteindelijk draait alles om de vraag of de miljardeninvesteringen in AI daadwerkelijk tot hogere productiviteit leiden. “De hamvraag is niet hoeveel geld bedrijven in AI steken, maar wat die investeringen daadwerkelijk opleveren”, zegt Geeroms. “AI-investeringen moeten uiteindelijk zichtbaar worden in efficiëntere processen, hogere productiviteit en betere verdienmodellen. Als die productiviteitswinst uitblijft, ziet ook het economische plaatje er heel anders uit.”
foto Johan Geeroms