De Eerste Kamer heeft op 24 maart het wetsvoorstel Wtmo verworpen, waarmee een brede informatieplicht voor maatschappelijke organisaties over donaties van €15.000 of meer voorlopig van tafel is. Dat besluit is terecht, niet omdat transparantie onbelangrijk zou zijn, maar omdat toezicht alleen effectief is wanneer het proportioneel, uitvoerbaar en rechtsstatelijk zorgvuldig is ingericht. Transparantie blijft noodzakelijk, maar vraagt om een gerichte aanpak die risico’s adresseert zonder het maatschappelijk middenveld onnodig te belasten.
Met de Wet transparantie en tegengaan ondermijning door maatschappelijke organisaties wilde het kabinet meer inzicht krijgen in grote geldstromen naar stichtingen, verenigingen en andere maatschappelijke instellingen. Organisaties zouden op verzoek van de burgemeester, het Openbaar Ministerie of andere overheidsinstanties informatie moeten verstrekken over de herkomst, het doel en de omvang van donaties uit binnen‑ en buitenland. Het ging hierbij om donaties in geld of natura vanaf €15.000, inclusief leningen met niet‑marktconforme voordelen.
Het uitgangspunt achter dit voorstel onderschrijf ik nadrukkelijk. Maatschappelijke organisaties vervullen een sleutelrol in onze samenleving en juist daarom is het belangrijk dat hun financiering transparant is en misbruik wordt voorkomen. Onzichtbare geldstromen kunnen het vertrouwen ondermijnen en, in uitzonderlijke gevallen, de democratische rechtsstaat raken. Wegkijken is geen optie. Tegelijkertijd vereist ingrijpend toezicht een scherpe afbakening, zodat maatregelen zich richten op daadwerkelijke risico’s en niet op de grote groep goed functionerende organisaties die niets te verbergen heeft.
Precies op dat punt schoot de Wtmo tekort. De wet koppelde een legitiem doel aan een zeer brede reikwijdte en een instrument dat in de praktijk lastig uitvoerbaar bleek. Zorgen over proportionaliteit, praktische toepasbaarheid en de rolverdeling tussen betrokken overheidsinstanties kwamen niet alleen uit de politieke discussie, maar ook van partijen die de wet zouden moeten uitvoeren. Daarnaast bestond het reële risico dat een ruime informatieplicht een rem zou zetten op donaties en maatschappelijk initiatief.
De verwerping van de Wtmo moet daarom niet worden gezien als een afwijzing van transparantie, maar als een oproep tot meer precisie. Een risicogerichte benadering, gebaseerd op concrete signalen, centrale expertise en duidelijke waarborgen voor privacy en grondrechten, is effectiever én beter verdedigbaar. Alleen zo versterkt transparantie het vertrouwen in de rechtsstaat en het maatschappelijk middenveld.