De Eerste Kamer behandelde op dinsdag 2 juni 2026 de Wet strafbaarstelling conversiehandelingen jegens lhbtiqa+ personen. Het lijkt erop dat deze wet er na de stemming zal komen. Na een jarenlange strijd is dat goed nieuws. Tegelijkertijd moeten we aandacht blijven houden voor de positie van gelovige lhbtiqa+ personen. Zij hebben namelijk een verhoogde kans op eenzaamheid, suïcide en problemen met zelfacceptatie. Het is belangrijk dat ook gemeenten daar hun rol in pakken.
Ongeveer drie tot vijf procent van de christelijke lhbtiqa+ personen heeft te maken gehad met enige vorm van homogenezingstherapie of verwante activiteiten. Denk hierbij aan duiveluitdrijving, counselinggesprekken of andere onderdrukkende en ontmoedigende activiteiten. Concreet gaat het in Nederland naar schatting om vijftien organisaties en personen die actief conversietherapie uitvoeren. Dit zijn voornamelijk Pinkster-, Baptisten- en Evangelische gemeenten en enkele vrijgevestigde therapeuten. Conversietherapie verandert niets aan de seksuele oriëntatie of identiteit. Het leidt vaak wel tot seksuele-, psychische- en sociale problemen, zoals eenzaamheid, vriendschappen die wegvallen en sociale angst (Wijk, Wolsink, Barneveld, Gruter, Kruize & Suchtelen, 2020).
Hoewel deze praktijken waarschijnlijk verboden zullen worden, is er nog steeds winst te behalen in de sociale acceptatie van lhbtiqa+ personen in religieuze gemeenschappen. Uit de Lhbtiqa+ monitor 2024 en uit eerder onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) blijkt dat mensen met een religieuze achtergrond, met name protestants of andere christelijke groep, vaker een negatieve houding hebben ten opzichte van lhbtiqa+ personen. Deze negatieve opvattingen hebben invloed op het welzijn en de gezondheid van gelovige lhbtiqa+ personen.
Gemeenten hebben een rol om de acceptatie van religieuze lhbtiqa+ personen te vergroten en om het gesprek hierover te stimuleren. Zo kunnen zij religieuze lhbtiqa+ personen benoemen in beleid als een groep die extra aandacht nodig heeft. Ook is het belangrijk om de dialoog met en in kerkelijke gemeenten of onderwijs te stimuleren en ondersteunen. Verder helpt het om informatievoorziening en hulp te faciliteren voor deze groep mensen, en (ontmoetings)activiteiten voor hen te ondersteunen.