Beursgenoteerde bedrijven passen criteria voor bonussen van topbestuurders steeds vaker van jaar tot jaar aan. Commissarissen willen meer flexibiliteit in het bonusbeleid om zo in te spelen op onvoorspelbare economische en geopolitieke omstandigheden. Europese beloningsrichtlijnen adviseren juist om bonusbeleid te baseren op eenduidige, vooraf gespecificeerde criteria die door de aandeelhouders voor vier jaar worden goedgekeurd. Met het jaarlijks bijsturen van bonussen verschuift de macht van aandeelhouders naar commissarissen en ontstaat het risico dat bestuurders vooral sturen op wat beloond wordt in plaats van wat nodig is.
Bestuurders sturen op wat beloond wordt
Flexibiliteit in bonuscriteria verandert de aard van belonen. Bonussen worden reactiever: ze volgen wat er is gebeurd, in plaats van dat ze vooraf richting geven aan wat belangrijk is. Daarmee verliest beloning zijn rol als stuurinstrument en wordt de strategie opportunistischer. Juist langetermijndoelen, zoals duurzame en sociale prestaties, komen dan onder druk te staan. Deze doelen vragen om consistente, meerjarige inzet en worden minder dominant wanneer de weging achteraf kan verschuiven naar kortetermijnresultaten die op dat moment beter uitkomen.
Vooraf vastleggen voorkomt willekeur en opportunisme
Daarom is het belangrijk dat ondernemingen duidelijke keuzes vooraf vastleggen én die gedurende de looptijd vasthouden. Die keuzes moeten in lijn liggen met de strategische doelstellingen op lange termijn. Alleen dan blijft beloning gekoppeld aan de strategische koers en wordt voorkomen dat prioriteiten onderweg verschuiven. Wetgevers en aandeelhouders moeten kritischer kijken naar hoeveel ruimte voor eigen afweging door commissarissen toelaatbaar is, zodat bonuscriteria voor de top uitlegbaar blijven en checks and balances niet uithollen.