Het Cold Case Team (CCT) dat zes jaar onderzoek deed naar het verraad van Anne Frank blijft na acht maanden aanvullend onderzoek achter zijn eindconclusie staan: van alle onderzochte scenario’s biedt het Van den Bergh scenario nog steeds de meest waarschijnlijke verklaring voor wat leidde tot de inval in het Achterhuis op 4 augustus 1944.
In maart 2022 verscheen een kritisch rapport van zes historici die na twee maanden onderzoek concludeerden dat er voor de conclusie van het CCT “geen enkele grond te vinden is in het bestaande bronnenmateriaal[1]”. Uit een vandaag gepubliceerde rapportage van het CCT blijkt dat deze claim volledig onjuist is. Sterker, nieuwe informatie lijkt de waarschijnlijkheid van dit scenario verder te onderbouwen.
De claim van de historici leidde er destijds toe dat de Nederlandse uitgeverij Ambo|Anthos de Nederlandse vertaling van het boek[2], zonder enig overleg met auteur of CCT, van de markt haalde. De internationale uitgever, HarperCollins, blijft echter volledig achter het boek staan.
Na acht maanden onderzoek publiceert het cold case team onder leiding van de voormalig FBI-agent Vince Pankoke vandaag een formeel antwoord op het rapport “De Joodse notaris en de beschuldiging van verraad” van zes Nederlandse historici. In hun tegenrapport[3] gaat het CCT heel uitvoerig in op de kritiek waarmee de historici meenden het onderzoek van het CCT te kunnen ontkrachten. Hoewel de historici terecht wijzen op kleine fouten in het boek, waaronder wat onjuistheden in voetnoten en enkele vertaalfouten, hebben deze geen invloed op de eindhypothese.
Op meer inhoudelijke punten blijkt de bewijslast van de historici flinterdun, gebaseerd op foute aannames of minder voor de hand liggende interpretaties van het bronmateriaal. Belangrijker is dat de historici een groot aantal aanwijzingen, die de conclusie van het CCT verder onderbouwen, gemakshalve buiten beschouwing laten. Daarnaast is tijdens het aanvullende onderzoek van het CCT ook nieuwe informatie gevonden die een aantal aannames van het CCT, welke bijvoorbeeld betrekking hebben op het al dan niet bestaan van lijsten met onderduikadressen, verder onderbouwen. Ook de claim dat Van den Bergh de adreslijsten niet doorgegeven kan hebben omdat hij in onderduik zou hebben gezeten, blijkt bij nadere bestudering niet overtuigend.
Hoofd onderzoek Pieter van Twisk: “Het duurde even, want goed onderzoek kost nu eenmaal tijd. Al met al heeft het CCT bijna zes jaar onderzoek gedaan naar zo’n dertig scenario’s en anders dan wordt gesuggereerd hebben er naast opsporingsspecialisten meerdere historici aan meegewerkt. Het onderzoek van de zes historici beperkte zich alleen tot het laatste scenario en werd overduidelijk gedaan met het vooropgezette doel om koste wat kost notaris Van den Bergh vrij te pleiten. Het is opmerkelijk dat de zes historici zo vooringenomen te werk zijn gaan”. Over het waarom van dit tweede onderzoek stelt Van Twisk: “Anders dan werd gesuggereerd zijn wij er nooit op uit geweest om per se een dader te vinden en willen we ook niemand ongefundeerd beschuldigen. Ook om die reden vonden wij het noodzakelijk om ons eigen onderzoek nogmaals kritisch tegen het licht te houden.”
Uiteraard is het CCT zich bewust van de gevoeligheid van deze kwestie, met als precaire uitkomst van het onderzoek dat mogelijk het handelen van een Joodse notaris onbewust en ongewild tot de arrestatie van de familie Frank heeft geleid. Deze conclusie kan door sommigen als schokkend worden ervaren, maar dat wil niet zeggen dat het onderzoeksproject niet op grondige en integere wijze is uitgevoerd. Rosemary Sullivan, die op basis van het onderzoek van het CCT het boek Het verraad van Anne Frank schreef, heeft het volste recht om met de nodige slagen om de arm de theorie van het team openbaar te maken.
Voor iedereen die het boek leest is het duidelijk dat het hier een hypothese betreft en geen waarheid. Het CCT sluit dan ook niet uit dat toekomstig onderzoek deze hypothese zal bevestigen of falsificeren. De verdenking tegen de notaris maakt hem in de ogen van het CCT nog niet tot dader, maar eerder tot een mogelijk slachtoffer van een abjecte ideologie in een totalitaire en repressieve samenleving. Het vellen van een (moreel) oordeel is in deze niet gepast, zo niet onmogelijk.
[1] De Joodse notaris en de beschuldiging van verraad. Kritische analyse van argumentatie en brongebruik in
Het verraad van Anne Frank (bron: https://admin.spui25.nl/wp-content/uploads/2022/03/Onderzoeksrapport_NL.pdf)
[2] Het Verraad van Anne Frank, Rosemary Sullivan, Ambo|Anthos, Amsterdam 2022
[3] Nadere beschouwingen en eindoordeel CCT ten aanzien van het historicusrapport (www.coldcasediary.com)