'Meer wild is geen oplossing voor de wolf'

• Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging

De suggestie dat de komst van de wolf naar Overijssel ertoe leidt dat jagers simpelweg ‘minder te schieten overhouden’, doet geen recht aan de manier waarop jagers in Nederland met wild omgaan. Voor jagers staat een gezonde en duurzame wildstand voorop. Daarom worden populaties jaarlijks zorgvuldig geteld en gevolgd. Wanneer uit tellingen blijkt dat de stand van een bepaalde wildsoort afneemt, wordt daar in het beheer rekening mee gehouden. Dat is een vanzelfsprekend onderdeel van verantwoord wildbeheer. 

Meer prooi leidt niet per se tot minder wolvenaanvallen

Tegelijkertijd zijn er vraagtekens te plaatsen bij de veronderstelling dat een groter aantal prooidieren automatisch leidt tot minder aanvallen op landbouwhuisdieren. Het zijn juist vaak jonge, zwervende wolven die op zoek zijn naar een eigen leefgebied en daarbij vee kunnen aanvallen. Wanneer het aantal wolven groeit, worden ook meer jonge wolven geboren die op enig moment het ouderlijke territorium verlaten en gaan zwerven. Daarmee kan ook het risico op confrontaties met landbouwhuisdieren toenemen. 

Meer wild laten rondlopen om wolven van schapen weg te houden, is daarom geen structurele oplossing. Bovendien hebben grotere aantallen hoefdieren gevolgen voor verkeersveiligheid, landbouwschade, natuur en bosverjonging. 

Wildbeheer vraagt om balans voor het gehele ecosysteem

Goed wildbeheer vraagt om het voortdurend zoeken naar balans. Daarbij moet niet alleen worden gekeken naar de wolf, maar naar het gehele ecosysteem én naar de belangen van mensen die in dat landschap wonen en werken. Jagers leveren daar met tellingen, monitoring en beheer dagelijks een belangrijke bijdrage aan.

De wolf is inmiddels onderdeel van het Nederlandse landschap. Dat vraagt niet om het loslaten van wildbeheer, maar juist om integraal en deskundig beheer van alle soorten – inclusief de wolf.