Het aantal plekken waar wolven leven, blijft groeien. Een leefbaar landschap biedt ruimte aan wolven, mits dit niet ten koste gaat van de veiligheid, het maatschappelijk draagvlak en de biodiversiteit. Daarom is er realistisch en uitvoerbaar wolvenbeleid nodig dat rekening houdt met de omvang van ons land en het dichtbevolkte cultuurlandschap waarin wij leven. Maximale benutting van de huidige wetgeving en duidelijk landelijk beleid zijn noodzakelijk.
In Nederland is het niet de vraag óf er moet worden ingegrepen, maar wanneer. Dat vraagt om tijdig, zorgvuldig en wetenschappelijk onderbouwd handelen. Jagers kunnen en willen daarbij een deskundige bijdrage leveren aan monitoring, bescherming en – indien nodig – beheer.
De houding van Nederlanders tegenover de wolf verandert
De maatschappelijke discussie gaat steeds minder alleen over de vraag óf de wolf in Nederland thuishoort en steeds meer over waar wolven kunnen leven, hoeveel wolven aanvaardbaar zijn en wanneer ingrijpen nodig is.
In 2026 kiest 75 procent van de Nederlanders voor actief beheer van wolven in het buitengebied, blijkt uit opinieonderzoek uitgevoerd in opdracht van de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging.
Op de vraag hoe Nederland met wolven in het buitengebied moet omgaan, kiest 47 procent voor het jaarlijks bejagen van een aantal wolven. Nog eens 28 procent wil het aantal wolven door beheer terugbrengen naar nul. 24 procent vindt dat de natuur haar gang moet gaan en dat er niet moet worden ingegrepen. Daarmee is jaarlijkse bejaging de meest gekozen afzonderlijke aanpak.