Het is positief dat gemeenten actief aan de slag gaan met de huisvesting van internationale medewerkers en daarbij werkgevers, huisvesters en andere partners bij elkaar brengen. Die bereidheid tot samenwerking is er en dat is een waardevolle basis om op voort te bouwen. Tegelijkertijd zien we dat deze aanpak ook uitdagingen met zich meebrengt. Doordat elke gemeente eigen afspraken maakt, ontstaat er steeds een nieuwe variatie in snelheid, toezicht en kwaliteit. Zolang elke gemeente het wiel opnieuw probeert uit te vinden, betaalt iedereen daarvoor de prijs.
Voor gemeenten betekent het steeds weer dezelfde gesprekken voeren met wisselende partners en andere uitkomsten. Terwijl capaciteit juist nodig is voor uitvoering en toezicht. Voor werkgevers en huisvesters betekent het een lappendeken aan verwachtingen: wat kan in gemeente A, gaat net anders in gemeente B. Dit leidt tot extra overleg, vertraging en minder bereidheid om op te schalen.
Misschien is het tijd om een stap verder te gaan. Een bovenregionaal raamwerk met heldere, praktische afspraken over kwaliteit, registratie, beheer en toezicht kan veel van deze knelpunten wegnemen. Zo'n raamwerk ontwikkel je samen: met IPO namens provincies, VNG namens gemeenten, VNO-NCW, MKB en ABU namens werkgevers en uitzendorganisaties, huisvesters en hun belangenorganisaties zoals VHA, landelijke toezichthouders en vertegenwoordigers van zorg en veiligheid.
Een dergelijk kader geeft gemeenten meer houvast en regio's de ruimte om zich te richten op waar het echt om draait: consistente toepassing, effectief toezicht en leren van elkaar. Voor bewoners levert dat meer voorspelbaarheid op. Arbeidsmigranten hebben meer zekerheid omdat basisvoorwaarden overal gelden. Voor werkgevers, uitzenders en huisvesters is duidelijk aan welke voorwaarden ze moeten voldoen.
De bereidheid om samen te werken is er. Laten we die inzetten om samen tot een aanpak te komen die beter uitvoerbaar is en voor iedereen werkt.
