'Wie misstanden wil aanpakken, moet eerst fatsoenlijke alternatieven organiseren'

• KaFra Holding B.V.

De gemeenteraad van Goeree-Overflakkee (ZH) wil meer grip op de huisvesting van arbeidsmigranten. Dat verlangen is begrijpelijk: registratie, toezicht, handhaving en leefbaarheid zijn legitieme doelen. Maar als de raad nieuwe centrale woonlocaties voorlopig blokkeert totdat eerst alles op orde is, dreigt juist het omgekeerde effect. Dan wordt het moeilijker de problemen aan te pakken die om een oplossing vragen. In Goeree-Overflakkee is nu besloten dat er voorlopig geen nieuwe centrale locaties bijkomen naast de al geplande locaties in Middelharnis en Melissant, totdat aan meerdere voorwaarden is voldaan.

Daar zit de kern van het probleem: het verschil tussen symptoombestrijding en oorzaakbestrijding. De raad richt zich op de zichtbare gevolgen - overlast in woonwijken, druk op de woningmarkt, verkamering en zorgen over woonomstandigheden. Maar zolang er te weinig legale en professioneel beheerde huisvestingsplekken zijn, blijft de onderliggende oorzaak bestaan. Dan verdwijnt het probleem niet, maar verschuift het naar plekken waar minder toezicht is en waar misstanden sneller ontstaan. Daarom loopt handhaving ook zo snel vast: illegale bewoning is moeilijk aan te pakken als er niet genoeg legale woonplekken zijn. Ook wethouder Daan Markwat (SGP) wees er in het debat op dat het aanpakken van illegale bewoning lastiger wordt wanneer er onvoldoende legale alternatieven zijn.

Juist daarom is de lijn uit het Deltaplan relevant: gemeenten moeten zorgen voor gecertificeerde huisvesting voor tenminste 70 procent van de internationale medewerkers die in hun gemeenten werken - de overige 30 procent is een regionale verantwoordelijkheid. Die volgorde is essentieel. Eerst voldoende goede plekken organiseren waarna je verkamering, illegale bewoning en druk op woonwijken gericht kunt terugdringen. Het Deltaplan koppelt dat niet voor niets aan het toestaan van grotere huisvestingslocaties en het terugbrengen van woningen naar de reguliere markt.

Waalwijk laat zien wat wel werkt: eerst ruimte maken voor grotere, goed georganiseerde huisvestingslocaties en daarna pas verkamering in woonstraten gericht terugdringen. Alleen als er goede plekken bijkomen, kun je woningen teruggeven aan de reguliere markt en handhaving geloofwaardig maken.

Voor gemeenten die grip willen krijgen op dit dossier is de les helder: voldoende legale huisvesting is geen eindpunt van beleid, maar het beginpunt voor beleid dat registratie, toezicht en leefbaarheid daadwerkelijk wil verbeteren. Wie druk op buurten wil verminderen en woningen wil vrijspelen voor starters en andere woningzoekenden, moet eerst zorgen dat arbeidsmigranten elders verantwoord kunnen wonen. Wie dat fundament niet legt, kan de rest van het beleid wel vergeten.