'Afschaffen compensatie transitievergoeding is recept voor onzekerheid en rechtszaken'

• DAS

Het kabinet zet in een nieuw wetsvoorstel een streep door de compensatie van transitievergoedingen bij ontslag na langdurige arbeidsongeschiktheid of bedrijfsbeëindiging. Wat begon als een verandering waar kleine werkgevers geen last van zouden hebben, is uitgegroeid tot een radicale koerswijziging. Vanaf 1 januari 2027 zou er helemaal geen compensatie meer zijn. Het doel: minder kosten. Maar in de praktijk leidt dit tot het tegenovergestelde, mogelijke rechtszaken en een risico op ‘slapende dienstverbanden’.

Rekening naar rechtzoekenden

De Raad voor de rechtspraak luidt de noodklok. In een recent advies stelt de Raad dat de toelichting bij de wetswijziging onvoldoende duidelijk maakt wat er gebeurt met de verplichting tot het betalen van een transitievergoeding, bijvoorbeeld bij zogeheten ‘slapende dienstverbanden’. Die onduidelijkheid is niet onschuldig, want het verschuift de rekening naar de rechtszaal.

Extra procedures, extra kosten en extra onzekerheid

Als de wetgever geen helder antwoord geeft, moet de rechter dat doen. En dat betekent extra procedures, extra kosten en vooral extra onzekerheid. Werkgevers weten niet waar ze aan toe zijn en werknemers evenmin. Juist bij langdurige arbeidsongeschiktheid, waar emoties en belangen vaak al hoog oplopen, is rechtszekerheid cruciaal.

Terugkeer van slapend dienstverband

De ironie is dat deze maatregel mogelijk precies het tegenovergestelde bereikt van wat wordt beoogd. Zonder compensatie groeit de prikkel om arbeidsovereenkomsten niet te beëindigen, maar ‘slapend’ te houden. Er is sprake van een slapend dienstverband wanneer iemand na 104 weken arbeidsongeschiktheid in dienst blijft. In die situatie worden geen werkzaamheden meer verricht en is de werkgever geen loon meer verschuldigd.

Streep door financiële regeling en duidelijkheid

Dat is een praktijk die de afgelopen jaren juist is teruggedrongen. Die zogenoemde ‘slapende dienstverbanden’ dreigen nu terug te keren. Het kabinet zet hiermee niet alleen een streep door een financiële regeling, maar ook door een stuk duidelijkheid in het arbeidsrecht. De boodschap van de Raad voor de rechtspraak is daarom helder en terecht: zonder duidelijke kaders leidt deze wetswijziging tot meer procedures en meer onzekerheid. Het is te hopen dat de wetgever die waarschuwing serieus neemt.